35+ JAAR ACTIE VOOR VRIJHEID VAN INFORMATIE

NAVO Uitbreiding: Wat Gorbatsjov hoorde

Michail Gorbatsjov bespreekt de Duitse eenwording met Hans-Dietrich Genscher en Helmut Kohl in Rusland, 15 juli 1990. Foto: Bundesbildstelle / Persbericht en informatiedienst van de Bundesregierung.

Uit geclassificeerde documenten blijkt dat Baker, Bush, Genscher, Kohl, Gates, Mitterrand, Thatcher, Hurd, Major en Woerner de Sovjetleiders veiligheidsgaranties hebben gegeven tegen uitbreiding van de NAVO. Panel Slavische Studies behandelt “Wie beloofde wat aan wie inzake NAVO-uitbreiding?”

Washington D.C., 12 december 2017 – De beroemde “geen centimeter naar het oosten” verzekering van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker over de uitbreiding van de NAVO tijdens zijn ontmoeting met Sovjetleider Michail Gorbatsjov op 9 februari 1990, maakte deel uit van een cascade van verzekeringen over de Sovjetveiligheid die westerse leiders aan Gorbatsjov en andere Sovjetfunctionarissen gaven tijdens het proces van de Duitse eenwording in 1990 en verder tot in 1991, volgens gederubriceerde Amerikaanse, Sovjet-, Duitse, Britse en Franse documenten die vandaag zijn geplaatst door het National Security Archive aan de George Washington University (http://nsarchive.gwu.edu).

De documenten tonen aan dat meerdere nationale leiders vanaf begin 1990 en doorlopend in 1991 lidmaatschap van de NAVO in Centraal en Oost Europa overwogen en afwezen, dat discussies over de NAVO in de context van Duitse eenwordingsonderhandelingen in 1990 helemaal niet beperkt bleven tot de status van Oost Duits grondgebied, en dat latere Sovjet en Russische klachten over misleiding over NAVO uitbreiding gebaseerd waren op geschreven contemporaine memcons en telcons op de hoogste niveaus.

De documenten versterken de kritiek van voormalig CIA Directeur Robert Gates over het “doorzetten van de uitbreiding van de NAVO naar het oosten [in de jaren 90], terwijl Gorbatsjov en anderen werden wijsgemaakt dat dat niet zou gebeuren.”[1] De sleutelzin, ondersteund door de documenten, is “wijsgemaakt.”

President George H.W. Bush had Gorbatsjov tijdens de Malta-top in december 1989 verzekerd dat de VS niet zouden profiteren (“Ik ben niet op en neer gesprongen op de Berlijnse Muur”) van de revoluties in Oost-Europa om de Sovjet-belangen te schaden; maar noch Bush noch Gorbatsjov op dat moment (of wat dat betreft, de West-Duitse kanselier Helmut Kohl) verwachtten zo snel de ineenstorting van Oost-Duitsland of de snelheid van de Duitse eenwording.[2]

De eerste concrete toezeggingen van Westerse leiders over de NAVO begonnen op 31 januari 1990, toen de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher het bieden opende met een grote openbare toespraak in Tutzing, in Beieren, over de Duitse eenwording. De Amerikaanse ambassade in Bonn (zie Document 1) deelde Washington mee dat Genscher duidelijk maakte “dat de veranderingen in Oost-Europa en het Duitse eenwordingsproces niet mogen leiden tot een “aantasting van de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie”. Daarom moet de NAVO een ‘uitbreiding van haar grondgebied naar het oosten, d.w.z. een toenadering tot de grenzen van de Sovjet-Unie’ uitsluiten”. In het Bon- telegram werd ook melding gemaakt van het voorstel van Genscher om het Oostduitse grondgebied buiten de militaire structuren van de NAVO te laten, zelfs in een verenigd Duitsland in de NAVO.[3]

Dit laatste idee van een speciale status voor het DDR-gebied werd gecodificeerd in het definitieve Duitse eenwordingsverdrag dat op 12 september 1990 werd ondertekend door de ministers van Buitenlandse Zaken van Twee Plus Vier (zie Document 25). Het eerste idee over “dichter bij de Sovjetgrenzen” is niet neergelegd in verdragen maar in een groot aantal memoranda van gesprekken tussen de Sovjets en de westerse gesprekspartners op het hoogste niveau (Genscher, Kohl, Baker, Gates, Bush, Mitterrand, Thatcher, Major, Woerner, en anderen) waarin gedurende heel 1990 en tot in 1991 toezeggingen werden gedaan over de bescherming van de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie en de opneming van de USSR in de nieuwe Europese veiligheidsstructuren. De twee kwesties waren verwant maar niet hetzelfde. In latere analyses werden de twee soms door elkaar gehaald en werd beweerd dat de discussie niet over geheel Europa ging. Uit de hieronder gepubliceerde documenten blijkt duidelijk dat dit wel het geval was.

De “Tutzing-formule” werd onmiddellijk het middelpunt van een vlaag van belangrijke diplomatieke besprekingen gedurende de volgende 10 dagen in 1990, die leidden tot de cruciale ontmoeting op 10 februari 1990 in Moskou tussen Kohl en Gorbatsjov, toen de Westduitse leider de principiële instemming van de Sovjet-Unie kreeg met de Duitse eenwording in de NAVO, zolang de NAVO niet naar het oosten zou uitbreiden. De Sovjets zouden veel meer tijd nodig hebben om met hun binnenlandse opinie (en financiële hulp van de West-Duitsers) te werken alvorens de overeenkomst in september 1990 formeel te ondertekenen.

In de gesprekken die voorafgingen aan de verzekering van Kohl werd expliciet gesproken over de uitbreiding van de NAVO, de Midden- en Oosteuropese landen, en hoe de Sovjets ervan konden worden overtuigd de eenwording te aanvaarden. Op 6 februari 1990 bijvoorbeeld, toen Genscher een ontmoeting had met de Britse minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd, bleek uit de Britse verslagen dat Genscher zei: “De Russen moeten de verzekering hebben dat als bijvoorbeeld de Poolse regering het Warschaupact de ene dag zou verlaten, zij de volgende dag niet tot de NAVO zouden toetreden”. (Zie Document 2)

Na zijn ontmoeting met Genscher op weg naar besprekingen met de Sovjets, herhaalde Baker precies de formulering van Genscher in zijn ontmoeting met Minister van Buitenlandse Zaken Eduard Shevardnadze op 9 februari 1990, (zie Document 4); en nog belangrijker, oog in oog met Gorbatsjov.

Niet één keer, maar drie keer probeerde Baker in de ontmoeting van 9 februari 1990 met Gorbatsjov de formule “geen centimeter naar het Oosten” uit. Hij stemde in met Gorbatsjovs verklaring in antwoord op de verzekering dat “uitbreiding van de NAVO onaanvaardbaar is”. Baker verzekerde Gorbatsjov dat “noch de President noch ik van plan zijn eenzijdig voordelen te ontlenen aan de processen die gaande zijn,” en dat de Amerikanen begrepen dat “niet alleen voor de Sovjet-Unie maar ook voor andere Europese landen het belangrijk is garanties te hebben dat, indien de Verenigde Staten hun aanwezigheid in Duitsland binnen het kader van de NAVO handhaven, geen centimeter van de huidige militaire jurisdictie van de NAVO zich in oostelijke richting zal uitbreiden.” (Zie Document 6)

Daarna schreef Baker aan Helmut Kohl, die de volgende dag een ontmoeting zou hebben met de Sovjetleider, met veel van dezelfde taal. Baker rapporteerde: “En toen stelde ik hem [Gorbatsjov] de volgende vraag. Zou u de voorkeur geven aan een verenigd Duitsland buiten de NAVO, onafhankelijk en zonder Amerikaanse troepen, of zou u de voorkeur geven aan een verenigd Duitsland dat gebonden is aan de NAVO, met de verzekering dat de jurisdictie van de NAVO geen centimeter naar het oosten zou opschuiven ten opzichte van zijn huidige positie? Hij antwoordde dat de Sovjetleiders al deze opties serieus in overweging namen [….]. Hij voegde er toen aan toe: “Elke uitbreiding van de NAVO-zone zou zeker onaanvaardbaar zijn.”” Baker voegde tussen haakjes toe, ten behoeve van Kohl: “Bij implicatie zou de NAVO in haar huidige zone aanvaardbaar kunnen zijn.” (Zie Document 8)

Goed op de hoogte gebracht door de Amerikaanse staatssecretaris begreep de West-Duitse kanselier een belangrijk Sovjet-standpunt en hij verzekerde Gorbatsjov op 10 februari 1990: “Wij zijn van mening dat de NAVO het gebied van haar activiteiten niet moet uitbreiden. (Zie Document 9) Na deze ontmoeting kon Kohl zijn opwinding nauwelijks bedwingen over Gorbatsjovs principiële instemming met de Duitse eenwording en, als onderdeel van de Helsinki-formule dat staten hun eigen bondgenootschappen kiezen, zodat Duitsland voor de NAVO kon kiezen. Kohl beschreef in zijn memoires dat hij de hele nacht door Moskou liep – maar toch begreep dat er nog een prijs te betalen was.

Alle westerse ministers van Buitenlandse Zaken waren het eens met Genscher, Kohl, en Baker. Vervolgens kwam de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Douglas Hurd, op 11 april 1990. Op dat moment hadden de Oost-Duitsers massaal voor de deutschmark en voor snelle eenwording gestemd bij de verkiezingen van 18 maart, waarbij Kohl bijna alle waarnemers had verrast met een echte overwinning. Kohls analyses (voor het eerst aan Bush uitgelegd op 3 december 1989) dat de ineenstorting van de DDR alle mogelijkheden zou openen, dat hij moest rennen om aan het hoofd van de trein te komen, dat hij de steun van de VS nodig had, dat de eenmaking sneller zou kunnen gebeuren dan iemand voor mogelijk hield – bleken allemaal juist te zijn. De Monetaire Unie zou al in juli van start gaan en de verzekeringen over de veiligheid bleven maar komen. Hurd versterkte de Baker-Genscher-Kohl boodschap tijdens zijn ontmoeting met Gorbatsjov in Moskou op 11 april 1990 en zei dat Groot-Brittannië duidelijk “het belang erkende van niets te doen dat afbreuk deed aan de belangen en de waardigheid van de Sovjet-Unie”. (Zie Document 15)

Het Baker gesprek met Shevardnadze op 4 mei 1990, zoals Baker het beschreef in zijn eigen rapport aan President Bush, beschreef het meest welsprekend wat Westerse leiders precies op dat moment tegen Gorbatsjov zeiden: “Ik gebruikte uw toespraak en onze erkenning van de noodzaak de NAVO aan te passen, politiek en militair, en de CVSE te ontwikkelen om Sjevardnadze gerust te stellen dat het proces geen winnaars en verliezers zou opleveren. In plaats daarvan zou het een nieuwe legitieme Europese structuur opleveren – een structuur die inclusief zou zijn, niet exclusief.” (Zie Document 17)

Baker zei het nog eens, rechtstreeks tegen Gorbatsjov op 18 mei 1990 in Moskou, en gaf Gorbatsjov zijn “negen punten”, waaronder de transformatie van de NAVO, de versterking van de Europese structuren, het niet-nucleair houden van Duitsland, en het rekening houden met de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie. Baker begon zijn opmerkingen met: “Alvorens iets over de Duitse kwestie te zeggen, wil ik benadrukken dat ons beleid er niet op gericht is Oost-Europa van de Sovjet-Unie af te scheiden. Dat beleid hadden wij vroeger ook. Maar vandaag zijn we geïnteresseerd in het opbouwen van een stabiel Europa, en doen dat samen met u.” (Zie document 18)

De Franse leider Francois Mitterrand was niet in een mind-meld met de Amerikanen, integendeel, zoals blijkt uit het feit dat hij Gorbatsjov op 25 mei 1990 in Moskou vertelde dat hij “persoonlijk voorstander was van een geleidelijke ontmanteling van de militaire blokken”; maar Mitterrand zette de cascade van verzekeringen voort door te zeggen dat het Westen “veiligheidsvoorwaarden voor u moet scheppen, evenals voor de veiligheid van Europa in zijn geheel”. (Zie Document 19) Mitterrand schreef Bush onmiddellijk in een “cher George”-brief over zijn gesprek met de Sovjetleider, dat “wij zeker niet zouden weigeren de garanties die hij voor de veiligheid van zijn land mag verwachten, in detail uit te werken”. (Zie Document 20)

Tijdens de top in Washington op 31 mei 1990, ging Bush zijn boekje te buiten om Gorbatsjov te verzekeren dat Duitsland in de NAVO nooit op de USSR gericht zou zijn: “Geloof me, wij pushen Duitsland niet in de richting van eenwording, en wij zijn het niet die het tempo van dit proces bepalen. En natuurlijk hebben wij niet de bedoeling, zelfs niet in gedachten, om de Sovjet-Unie op enigerlei wijze te schaden. Daarom spreken wij ons uit voor de Duitse eenwording in de NAVO, zonder daarbij de ruimere context van de CVSE uit het oog te verliezen en rekening houdend met de traditionele economische banden tussen de twee Duitse staten. Een dergelijk model komt naar onze mening ook overeen met de belangen van de Sovjet-Unie.” (Zie Document 21)

De “Iron Lady” [Margret Thatcher] deed ook een duit in het zakje, na de Top van Washington, tijdens haar ontmoeting met Gorbatsjov in Londen op 8 juni 1990. Thatcher anticipeerde op de stappen die de Amerikanen (met haar steun) zouden nemen op de NAVO-conferentie begin juli om Gorbatsjov te steunen met beschrijvingen van de transformatie van de NAVO naar een meer politieke, minder militair bedreigende, alliantie. Zij zei tegen Gorbatsjov: “Wij moeten manieren vinden om de Sovjet-Unie het vertrouwen te geven dat haar veiligheid zou worden gewaarborgd…. De CVSE zou een paraplu voor dit alles kunnen zijn, en tevens het forum dat de Sovjet-Unie volledig bij de discussie over de toekomst van Europa zou kunnen betrekken”. (Zie document 22)

De Verklaring van Londen van de NAVO op 5 juli 1990 had, volgens de meeste verslagen, een behoorlijk positief effect op de beraadslagingen in Moskou en gaf Gorbatsjov belangrijke munitie om zijn hardliners tegen te werken op het Partijcongres dat op dat moment plaatsvond. Sommige versies van deze geschiedenis beweren dat een kopie vooraf aan Sjevardnadze’s assistenten werd verstrekt, terwijl andere slechts een waarschuwing beschrijven die deze assistenten in staat stelde de kopij van de telegramdienst te nemen en een positief Sovjetoordeel te produceren voordat het leger of de hardliners het propaganda konden noemen.

Zoals Kohl zei tegen Gorbatsjov in Moskou op 15 juli 1990, toen ze de definitieve overeenkomst over de Duitse eenwording uitwerkten: “Wij weten wat de NAVO in de toekomst te wachten staat, en ik denk dat u nu ook op de hoogte bent,” verwijzend naar de NAVO-verklaring van Londen. (Zie document 23)

In zijn telefoongesprek met Gorbatsjov op 17 juli bedoelde Bush het succes van de besprekingen tussen Kohl en Gorbatsjov en de boodschap van de Verklaring van Londen kracht bij te zetten. Bush legde uit: “Dus wat we probeerden te doen was rekening te houden met uw bezorgdheid die aan mij en anderen werd geuit, en we deden dat op de volgende manieren: door onze gezamenlijke verklaring over niet-aanvalspraktijken; in onze uitnodiging aan u om bij de NAVO te komen; in onze overeenkomst om de NAVO open te stellen voor regelmatig diplomatiek contact met uw regering en die van de Oosteuropese landen; en ons aanbod inzake garanties over de toekomstige omvang van de strijdkrachten van een verenigd Duitsland – een kwestie waarvan ik weet dat u die met Helmut Kohl hebt besproken. Wij hebben ook onze militaire benadering van de conventionele en nucleaire strijdkrachten fundamenteel gewijzigd. Wij hebben het idee overgebracht van een uitgebreide, sterkere CVSE met nieuwe instellingen waarin de USSR kan delen en deel kan uitmaken van het nieuwe Europa”. (Zie document 24)

Uit de documenten blijkt dat Gorbatsjov instemde met de Duitse aansluiting bij de NAVO als resultaat van deze reeks toezeggingen en op grond van zijn eigen analyse dat de toekomst van de Sovjet-Unie afhing van haar integratie in Europa, waarvoor Duitsland de beslissende actor zou zijn. Hij en de meeste van zijn bondgenoten geloofden dat een versie van het gemeenschappelijke Europese huis nog steeds mogelijk was en zich samen met de transformatie van de NAVO zou ontwikkelen tot een meer omvattende en geïntegreerde Europese ruimte, dat de regeling voor de periode na de Koude Oorlog rekening zou houden met de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie. De alliantie met Duitsland zou niet alleen de Koude Oorlog overwinnen, maar ook de erfenis van de Grote Patriottische Oorlog op zijn kop zetten.

Maar binnen de Amerikaanse regering ging een andere discussie verder, een debat over de betrekkingen tussen de NAVO en Oost-Europa. De meningen liepen uiteen, maar de suggestie van het Ministerie van Defensie vanaf 25 oktober 1990 was om “de deur op een kier te laten” voor Oosteuropees lidmaatschap van de NAVO. (Zie Document 27) Het ministerie van Buitenlandse Zaken was van mening dat uitbreiding van de NAVO niet op de agenda stond, omdat het niet in het belang van de VS was om “een anti-Sovjet coalitie” te organiseren die zich uitstrekte tot aan de grenzen van de Sovjet-Unie, niet in de laatste plaats omdat dit de positieve tendensen in de Sovjet-Unie zou kunnen keren. (Zie document 26) De regering Bush was deze laatste mening toegedaan. En dat is wat de Sovjets hoorden.

Nog in maart 1991 verzekerde, volgens het dagboek van de Britse ambassadeur in Moskou, de Britse premier John Major Gorbatsjov persoonlijk: “We hebben het niet over de versterking van de NAVO.” Toen de Sovjet-minister van defensie maarschalk Dmitri Yazov Major vervolgens vroeg naar de belangstelling van Oost-Europese leiders voor NAVO-lidmaatschap, antwoordde de Britse leider: “Niets van dat alles zal gebeuren.” (Zie document 28)

Toen Russische afgevaardigden van de Opperste Sovjet in juli 1991 naar Brussel kwamen voor een bezoek aan de NAVO en een ontmoeting met Manfred Woerner, secretaris-generaal van de NAVO, zei Woerner tegen de Russen: “Wij mogen niet toestaan […] dat de USSR zich isoleert van de Europese gemeenschap.” Volgens het Russische memorandum van gesprek “benadrukte Woerner dat de NAVO-Raad en hijzelf tegen de uitbreiding van de NAVO zijn (13 van de 16 NAVO-leden steunen dit standpunt)”. (Zie Document 30)

Zo ging Gorbatsjov naar het einde van de Sovjet-Unie in de overtuiging dat het Westen zijn veiligheid niet bedreigde en de NAVO niet uitbreidde. In plaats daarvan werd de ontbinding van de USSR bewerkstelligd door Russen (Boris Jeltsin en zijn leidende adviseur Gennadi Burbulis) in overleg met de voormalige partijbonzen van de Sovjet-republieken, met name Oekraïne, in december 1991. De Koude Oorlog was toen al lang voorbij. De Amerikanen hadden geprobeerd de Sovjet-Unie bijeen te houden (zie de “Chicken Kiev”-toespraak van Bush op 1 augustus 1991). De uitbreiding van de NAVO lag jaren in de toekomst, wanneer deze geschillen opnieuw zouden uitbarsten, en er meer garanties zouden komen voor de Russische leider Boris Jeltsin.

Het Archief stelde deze gederubriceerde documenten samen voor een paneldiscussie op 10 november 2017 tijdens de jaarlijkse conferentie van de Association for Slavic, East European and Eurasian Studies (ASEEES) in Chicago onder de titel “Wie beloofde wat aan wie over de NAVO-uitbreiding?” Het panel bestond onder meer uit:

  • Mark Kramer van het Davis Center aan Harvard, redacteur van het Journal of Cold War Studies, wiens artikel uit 2009 in Washington Quarterly betoogde dat de “no-NATO-enlargement pledge” een “mythe” was;[4]
  • Joshua R. Itkowitz Shifrinson van de Bush School aan Texas A&M, wiens 2016 International Security artikel betoogde dat de VS een dubbel spel speelde in 1990, door Gorbatsjov te laten geloven dat de NAVO zou worden ondergebracht in een nieuwe Europese veiligheidsstructuur, terwijl hij werkte aan het verzekeren van hegemonie in Europa en het behoud van de NAVO;[5]
  • James Goldgeier van de American University, die het gezaghebbende boek schreef over de Clinton-beslissing over de NAVO-uitbreiding, Not Whether But When, en de misleidende Amerikaanse toezeggingen aan de Russische leider Boris Jeltsin beschreef in een WarOnTheRocks-artikel uit 2016;[6]
  • Svetlana Savranskaya en Tom Blanton van het National Security Archive, wier meest recente boek, The Last Superpower Summits: Gorbatsjov, Reagan, en Bush: Conversations That Ended the Cold War (CEU Press, 2016) de gederubriceerde transcripties en gerelateerde documenten van alle topontmoetingen van Gorbatsjov met Amerikaanse presidenten analyseert en publiceert, waaronder tientallen toezeggingen over de bescherming van de veiligheidsbelangen van de USSR.[7]

[De posting van vandaag is de eerste van twee over dit onderwerp. Het tweede deel zal gaan over de besprekingen van Jeltsin met westerse leiders over de NAVO].

De Documenten:

Document 01
Vertrouwelijk telegram van de Amerikaanse ambassade in Bonn aan de minister van Buitenlandse Zaken over de toespraak van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken: Genscher schetst zijn visie op een nieuwe Europese architectuur.
1 feb. 1990

Bron: U.S. Department of State. FOIA-leeszaal. Zaak F-2015 10829

Een van de mythen over de besprekingen over de Duitse eenwording in januari en februari 1990 is dat deze besprekingen zo vroeg in het proces plaatsvonden, toen het Warschaupact nog volop bestond, dat niemand dacht aan de mogelijkheid dat Midden- en Europese landen, ook toen al leden van het Warschaupact, in de toekomst lid van de NAVO zouden kunnen worden. Integendeel, de Tutzing-formule van de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken in zijn toespraak van 31 januari 1990, waarvan in de media in Europa, Washington en Moskou uitvoerig verslag is gedaan, ging expliciet in op de mogelijkheid van uitbreiding van de NAVO, alsmede van lidmaatschap van Midden- en Oost-Europa van de NAVO – en ontkende die mogelijkheid, als onderdeel van zijn olijvenkrans richting Moskou. Dit telegram van de Amerikaanse ambassade in Bonn, dat verslag uitbracht aan Washington, geeft een gedetailleerd overzicht van beide voorstellen van Hans-Dietrich Genscher – dat de NAVO niet zou uitbreiden naar het oosten, en dat het voormalige grondgebied van de DDR in een verenigd Duitsland anders zou worden behandeld dan ander NAVO-grondgebied.

Document 02
Mr. Hurd aan Sir C. Mallaby (Bonn). Telegraphic N. 85: Het gesprek van de Staatssecretaris met Herr Genscher: Duitse eenwording.
6 feb. 1990

Bron: Documenten over het Britse beleid ten aanzien van de overzeese gebieden, serie III, deel VII: Duitse eenwording, 1989-1990. (Ministerie van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken. Documents on British Policy Overseas, geredigeerd door Patrick Salmon, Keith Hamilton, en Stephen Twigge, Oxford en New York, Routledge 2010). pp. 261-264

De latere visie van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken op de onderhandelingen over de Duitse eenwording, verwoord in een kabel uit 1996 die naar alle posten werd gestuurd, beweert ten onrechte dat de hele onderhandeling over de toekomst van Duitsland de discussie over de toekomst van de NAVO beperkte tot de specifieke regelingen over het grondgebied van de voormalige DDR. Misschien hebben de Amerikaanse diplomaten de vroege dialoog tussen de Britten en de Duitsers over deze kwestie gemist, ook al deelden beiden hun standpunten met de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Zoals gepubliceerd in de officiële 2010 documentaire geschiedenis van het Britse Foreign and Commonwealth Office over de inbreng van het Verenigd Koninkrijk in de Duitse eenwording, bevat dit memorandum van het gesprek van de Britse minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd met de West-Duitse minister van Buitenlandse Zaken Genscher op 6 februari 1990 een aantal opmerkelijke bijzonderheden over de kwestie van het toekomstige NAVO-lidmaatschap voor de Midden-Europeanen. In het Britse memorandum wordt Genscher specifiek geciteerd terwijl hij zei “dat toen hij sprak over het niet willen uitbreiden van de NAVO, dit van toepassing was op andere staten naast de DDR. De Russen moeten de verzekering hebben dat als bijvoorbeeld de Poolse regering op een dag het Warschaupact zou verlaten, zij de volgende dag niet tot de NAVO zouden toetreden”. Genscher en Hurd zeiden hetzelfde tegen hun Sovjet-tegenhanger Eduard Sjevardnadze, en tegen James Baker.[8]

Document 03
Memorandum van Paul H. Nitze aan George H.W. Bush over “Forum voor Duitsland”-bijeenkomst in Berlijn.
6 feb. 1990

Bron: George H. W. Bush Presidentiële Bibliotheek

Deze beknopte nota aan President Bush van een van de architecten van de Koude Oorlog, Paul Nitze (gevestigd aan zijn naamgenoot Johns Hopkins University School of International Studies), geeft een beeld van het debat over de toekomst van de NAVO in het begin van 1990. Nitze vertelt dat Midden- en Oost-Europese leiders die deelnamen aan de conferentie “Forum voor Duitsland” in Berlijn pleitten voor de ontbinding van de beide grootmachtenblokken, de NAVO en het Warschaupact, totdat hij (en een paar West-Europeanen) dat standpunt omdraaiden en in plaats daarvan het belang van de NAVO benadrukten als de basis van stabiliteit en de Amerikaanse aanwezigheid in Europa.

Document 04
Memorandum van gesprek tussen James Baker en Eduard Sjevardnadze in Moskou.
9 feb. 1990

Bron: U.S. Department of State, FOIA 199504567 (Collectie Flashpoints van het National Security Archive, Box 38)

Hoewel zwaar geredigeerd in vergelijking met de Sovjet verslagen van deze gesprekken, bevat de officiële versie van het State Department van de verzekering van minister Baker aan de Sovjet minister van Buitenlandse Zaken Shevardnadze vlak voor de formele ontmoeting met Gorbatsjov op 9 februari 1990, een reeks veelzeggende zinnen. Baker stelt de twee plus vier formule voor, waarbij de twee de Duitsers zijn en de vier de na-oorlogse bezettingsmachten; hij pleit tegen andere manieren om over de eenwording te onderhandelen; en hij pleit voor verankering van Duitsland in de NAVO. Verder zegt Baker tegen de Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken: “Een neutraal Duitsland zou zonder twijfel zijn eigen onafhankelijke nucleaire capaciteit verwerven. Maar een Duitsland dat stevig verankerd is in een veranderde NAVO, en daarmee bedoel ik een NAVO die veel minder [een] militaire organisatie is en veel meer een politieke, zou geen behoefte hebben aan een onafhankelijk vermogen. Er zouden natuurlijk ijzersterke garanties moeten zijn dat de jurisdictie of de strijdkrachten van de NAVO zich niet naar het oosten zouden verplaatsen. En dit zou moeten gebeuren op een manier die de buren van Duitsland in het oosten tevreden zou stellen.”

Document 05
Memorandum van gesprek tussen Michail Gorbatsjov en James Baker in Moskou.
9 feb. 1990

Bron: Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken, FOIA 199504567 (Collectie Flashpoints van het Nationaal Veiligheidsarchief, doos 38)

Zelfs met (ongerechtvaardigde) redacties door Amerikaanse classificatie ambtenaren, bevestigt dit Amerikaanse transcript van misschien wel de meest beroemde Amerikaanse verzekering aan de Sovjets over NAVO uitbreiding het Sovjet transcript van hetzelfde gesprek. Herhalend wat Bush zei op de Malta top in december 1989, zegt Baker tegen Gorbatsjov: “De President en ik hebben duidelijk gemaakt dat we geen unilateraal voordeel nastreven in dit proces” van onvermijdelijke Duitse eenwording. Baker zegt verder: “Wij begrijpen de behoefte aan garanties voor de landen in het Oosten. Als wij aanwezig blijven in een Duitsland dat deel uitmaakt van de NAVO, zal er geen sprake zijn van een uitbreiding van de jurisdictie van de NAVO voor strijdkrachten van de NAVO één centimeter naar het oosten.” Later in het gesprek stelt Baker hetzelfde standpunt als een vraag, “zou u de voorkeur geven aan een verenigd Duitsland buiten de NAVO dat onafhankelijk is en geen Amerikaanse strijdkrachten heeft of zou u de voorkeur geven aan een verenigd Duitsland met banden met de NAVO en de verzekering dat er geen uitbreiding zou zijn van de huidige jurisdictie van de NAVO naar het oosten?” De declassificeerders van deze memcon hebben Gorbatsjovs antwoord dat een dergelijke uitbreiding inderdaad “onaanvaardbaar” zou zijn, geredigeerd – maar de brief van Baker aan Kohl van de volgende dag, die in 1998 door de Duitsers is gepubliceerd, bevat het citaat.

Document 06
Verslag van een gesprek tussen Michail Gorbatsjov en James Baker in Moskou. (Uittreksels)
9 feb. 1990

Bron: Archief Gorbatsjov Stichting, Fond 1, Opis 1.

Dit verslag van de ontmoeting van de Sovjetleider met James Baker op 9 februari 1990 van de Gorbatsjov Stichting is al sinds 1996 openbaar en beschikbaar voor onderzoekers bij de Stichting, maar het werd pas in 2010 in het Engels gepubliceerd toen het Masterpieces of History volume van de huidige auteurs uitkwam bij Central European University Press. Het document concentreert zich op de Duitse eenwording, maar bevat ook een openhartige bespreking door Gorbatsjov van de economische en politieke problemen in de Sovjet-Unie, en Baker’s “gratis advies” (“soms wordt de minister van financiën in mij wakker”) over prijzen, inflatie, en zelfs het beleid om appartementen te verkopen om de roebels op te nemen die behoedzame Sovjetburgers onder hun matrassen hebben verstopt.

Wat de Duitse eenwording betreft, verzekert Baker Gorbatsjov dat “noch de president noch ik van plan zijn eenzijdig voordelen te ontlenen aan de processen die gaande zijn,” en dat de Amerikanen begrijpen hoe belangrijk het voor de USSR en Europa is te garanderen dat “geen centimeter van de huidige militaire jurisdictie van de NAVO zich in oostelijke richting zal uitbreiden.” Baker pleit voor de twee plus vier besprekingen met dezelfde verzekering: “Wij zijn van mening dat overleg en besprekingen in het kader van het ’twee plus vier’-mechanisme moeten garanderen dat de Duitse eenwording niet zal leiden tot een uitbreiding van de militaire organisatie van de NAVO naar het oosten.” Gorbatsjov antwoordt door de Poolse president Wojciech Jaruzelski te citeren: “dat de aanwezigheid van Amerikaanse en Sovjettroepen in Europa een element van stabiliteit is”.

De sleuteluitwisseling vindt plaats wanneer Baker vraagt of Gorbatsjov de voorkeur zou geven aan “een verenigd Duitsland buiten de NAVO, absoluut onafhankelijk en zonder Amerikaanse troepen; of een verenigd Duitsland dat zijn banden met de NAVO behoudt, maar met de garantie dat de jurisdictie of de troepen van de NAVO zich niet zullen uitbreiden naar het oosten van de huidige grens.” In dit gesprek geeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken dus driemaal de verzekering dat indien Duitsland zich zou mogen verenigen in de NAVO, met behoud van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa, de NAVO zich niet naar het oosten zou uitbreiden. Interessant is dat hij niet één keer de term DDR of Oost-Duitsland gebruikt of zelfs maar de Sovjettroepen in Oost-Duitsland noemt. Voor een bekwaam onderhandelaar en zorgvuldig advocaat lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat Baker geen specifieke terminologie zou gebruiken als hij in feite alleen naar Oost-Duitsland verwees.

De Sovjetleider antwoordt dat “[wij] over alles zullen nadenken. Wij zijn van plan al deze kwesties grondig te bespreken op het niveau van de leiders. Het spreekt vanzelf dat een uitbreiding van de NAVO-zone niet aanvaardbaar is.” Baker bevestigt: “Daar zijn we het mee eens.”

Document 07
Memorandum van gesprek tussen Robert Gates en Vladimir Kryuchkov in Moskou.
9 feb. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, NSC Scowcroft Dossiers, Doos 91128, Map “Gorbatsjov (Dobrynin) Gevoelig.”

Dit gesprek is vooral belangrijk omdat latere onderzoekers hebben gespeculeerd dat minister Baker misschien buiten zijn opdracht heeft gesproken in zijn “geen centimeter naar het oosten” gesprek met Gorbatsjov. Robert Gates, de voormalige topanalist van de CIA en specialist op het gebied van de USSR, vertelt hier aan zijn soortgenoot, het hoofd van de KGB, in zijn kantoor in het Lubyanka KGB hoofdkwartier, precies wat Baker die dag in het Kremlin tegen Gorbatsjov zei: geen centimeter naar het oosten. Op dat moment was Gates de hoogste plaatsvervanger van de nationale veiligheidsadviseur van de president, Gen. Brent Scowcroft, dus dit document getuigt van een gecoördineerde aanpak van de Amerikaanse regering tegenover Gorbatsjov. Kryuchkov, die Gorbatsjov in oktober 1988 benoemde tot vervanger van Viktor Chebrikov bij de KGB, komt hier over als verrassend progressief op vele punten van binnenlandse hervorming. Hij spreekt openlijk over de tekortkomingen en problemen van de perestrojka, de noodzaak om de leidende rol van de CPSU af te schaffen, de onterechte verwaarlozing door de centrale regering van etnische kwesties, het “afschuwelijke” prijssysteem, en andere binnenlandse onderwerpen.

Wanneer de discussie overgaat op het buitenlands beleid, met name de Duitse kwestie, vraagt Gates: “Wat vond Kryuchkov van het voorstel van Kohl/Genscher volgens hetwelk een verenigd Duitsland zou worden geassocieerd met de NAVO, maar waarbij de NAVO-troepen niet verder naar het oosten zouden worden verplaatst dan nu het geval is? Het lijkt ons een goed voorstel.” Kryuchkov geeft geen direct antwoord, maar spreekt over hoe gevoelig de kwestie van de Duitse eenwording ligt bij het Sovjet-publiek en suggereert dat de Duitsers de Sovjet-Unie enkele garanties zouden moeten bieden. Hij zegt dat de ideeën van Kohl en Genscher weliswaar interessant zijn, maar dat “zelfs de punten in hun voorstellen waarmee wij het eens zijn, garanties zouden moeten hebben. Wij hebben van de Amerikanen bij de onderhandelingen over wapenbeheersing geleerd hoe belangrijk verificatie is, en wij zouden daar zeker van moeten zijn.”

Document 08
Brief van James Baker aan Helmut Kohl
10 februari 1990

Bron: Deutsche Enheit Sonderedition und den Akten des Budeskanzleramtes 1989/90, eds. Hanns Jurgen Kusters en Daniel Hofmann (München: R. Odenbourg Verlag, 1998), blz. 793-794

Dit sleuteldocument verscheen voor het eerst in Helmut Kohls wetenschappelijke uitgave van kanselarijdocumenten over de Duitse eenwording, gepubliceerd in 1998. Kohl was op dat moment verwikkeld in een verkiezingscampagne die zijn 16-jarige ambtstermijn als kanselier zou beëindigen, en wilde de Duitsers herinneren aan zijn instrumentele rol in de triomf van de eenwording.[9] Het grote volume (meer dan 1000 pagina’s) bevatte Duitse teksten van Kohls ontmoetingen met Gorbatsjov, Bush, Mitterrand, Thatcher en meer – allemaal gepubliceerd zonder kennelijk overleg met die regeringen, slechts acht jaar na de gebeurtenissen. Enkele van de Kohl-documenten, zoals deze, verschijnen in het Engels, als weergave van de Amerikaanse of Britse originelen in plaats van Duitse aantekeningen of vertalingen. Baker debrieft Kohl op de dag na zijn ontmoeting met Gorbatsjov op 9 februari. (De kanselier heeft zijn eigen sessie met Gorbatsjov gepland op 10 februari in Moskou). De Amerikaan informeert de Duitser over de “bezorgdheid” van de Sovjet-Unie over de eenwording, en vat samen waarom een “twee plus vier”-onderhandeling de meest geschikte plaats zou zijn voor besprekingen over de “externe aspecten van de eenwording”, aangezien de “interne aspecten … strikt een Duitse aangelegenheid zijn”. Baker wijst in het bijzonder op Gorbatsjovs vrijblijvende antwoord op de vraag over een neutraal Duitsland tegenover een NAVO-Duitsland met beloften tegen uitbreiding naar het oosten, en adviseert Kohl dat Gorbatsjov “wellicht bereid is in te stemmen met een verstandige aanpak die hem enige rugdekking geeft …” Kohl versterkt deze boodschap in zijn eigen gesprek later die dag met de Sovjetleider.

Document 09
Memorandum van gesprek tussen Michail Gorbatsjov en Helmut Kohl
10 februari 1990

Bron: Michail Gorbatsjov i germanskii vopros, bewerkt door Alexander Galkin en Anatoly Chernyaev, (Moskou: Ves Mir, 2006)

Volgens Kohl was deze ontmoeting in Moskou het moment waarop hij voor het eerst van Gorbatsjov hoorde dat de Sovjetleider de Duitse eenwording als onvermijdelijk beschouwde, dat de waarde van de toekomstige Duitse vriendschap in een “gemeenschappelijk Europees huis” zwaarder woog dan de starheid van de Koude Oorlog, maar dat de Sovjets tijd (en geld) nodig zouden hebben voordat zij de nieuwe realiteiten konden erkennen. Voorbereid door de brief van Baker en de Tutzing-formule van zijn eigen minister van Buitenlandse Zaken, verzekert Kohl Gorbatsjov al vroeg in het gesprek: “Wij vinden dat de NAVO het gebied van haar activiteiten niet moet uitbreiden. We moeten een redelijke oplossing vinden. Ik begrijp de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie goed, en ik besef dat u, mijnheer de Secretaris-Generaal, en de Sovjet-leiding duidelijk zullen moeten uitleggen wat er gebeurt met het Sovjet-volk.” Later kibbelen de twee leiders over de NAVO en het Warschaupact, waarbij Gorbatsjov opmerkt: “Ze zeggen wat is de NAVO zonder de BRD. Maar we kunnen ook vragen: wat is de WTO zonder de DDR?” Als Kohl het daar niet mee eens is, roept Gorbatsjov slechts op tot “redelijke oplossingen die de sfeer in onze betrekkingen niet vergiftigen” en zegt hij dat dit deel van het gesprek niet openbaar mag worden gemaakt.

Gorbatsjovs adjudant Andrei Grachev schreef later dat de Sovjetleider al vroeg begreep dat Duitsland de deur was naar Europese integratie, en “alle pogingen tot onderhandelen [door Gorbatsjov] over de uiteindelijke formule voor Duitse associatie met de NAVO was daarom veel meer een kwestie van vorm dan van serieuze inhoud; Gorbatsjov probeerde de nodige tijd te winnen om de publieke opinie in eigen land te laten wennen aan de nieuwe realiteit, aan het nieuwe type betrekkingen dat vorm kreeg in de betrekkingen van de Sovjet-Unie met Duitsland en met het Westen in het algemeen. Tegelijkertijd hoopte hij van zijn westerse partners tenminste een gedeeltelijke politieke compensatie te krijgen voor wat hij beschouwde als zijn belangrijkste bijdrage aan het einde van de Koude Oorlog.”[10]

Document 10-1
Notities van Teimuraz Stepanov-Mamaladze over de conferentie over open skies, Ottawa, Canada.
12 feb. 1990

Bron: Hoover Institution Archief, Stepanov-Mamaladze Collectie.

De Sovjet Minister van Buitenlandse Zaken Sjevardnadze was bijzonder ongelukkig met het snelle tempo van de gebeurtenissen rond de Duitse eenwording, vooral toen een eerder geplande bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO en het Warschaupact in Ottawa, Canada, op 10-12 februari 1990, die bedoeld was om het “Open Skies” verdrag te bespreken, veranderde in een brede onderhandeling over Duitsland en de installatie van het Twee Plus Vier proces om de details uit te werken. Shevardnadze’s adjudant, Teimuraz Stepanov-Mamaladze, maakte aantekeningen van de Ottawa vergaderingen in een serie notitieboekjes, en hield ook een minder telegrafisch dagboek bij, dat samen met de notitieboekjes gelezen moet worden voor een zo volledig mogelijk verslag. Deze uittreksels uit de notities en het dagboek van Stepanov-Mamaladze, die nu in het Hoover Institution zijn gedeponeerd, maken melding van Shevardnadze’s afkeuring van de snelheid van het proces, maar versterken vooral het belang van de vergaderingen op 9 en 10 februari in Moskou, waar Westerse garanties over de veiligheid van de Sovjet-Unie werden gehoord, en Gorbatsjovs principiële instemming met een uiteindelijke Duitse eenwording deel uitmaakte van de overeenkomst.

Aantekeningen van de eerste dagen van de conferentie zijn zeer summier, maar zij bevatten één belangrijke regel waaruit blijkt dat Baker in Ottawa dezelfde verzekeringsformule aanbood als in Moskou: “En als V[Nited] G[ermany] in de NAVO blijft, moeten we ervoor zorgen dat zijn jurisdictie zich niet uitbreidt naar het Oosten.” Sjevardnadze is niet bereid te praten over voorwaarden voor de Duitse eenwording; hij zegt dat hij eerst met Moskou moet overleggen voordat een voorwaarde wordt goedgekeurd. Volgens de aantekeningen klaagt Sjevardnadze op 13 februari: “Ik bevind mij in een domme situatie – wij bespreken de Open Skies, maar mijn collega’s hebben het over de eenwording van Duitsland alsof het een feit is.” Uit de aantekeningen blijkt dat Baker zeer hardnekkig probeerde Sjevardnadze zover te krijgen dat hij de Sovjet-voorwaarden voor Duitse eenwording in de NAVO definieerde, terwijl Sjevardnadze zich nog steeds ongemakkelijk voelde bij de term “eenwording” en in plaats daarvan aandrong op de meer algemene term “eenheid”.

Document 10-2
Dagboek Teimuraz Stepanov-Mamaladze, 12 februari 1990.
12 feb. 1990

Bron: Hoover Institution Archief, Stepanov-Mamaladze Collectie.

Deze dagboekaantekening van 12 februari bevat een zeer korte beschrijving van het bezoek van Kohl en Genscher aan Moskou op 10 februari, waarover Stepanov-Mamaladze nog niet eerder had geschreven (omdat hij niet aanwezig was). Stepanov deelt de mening van zijn minister, Sjevardnadze, over het overhaaste karakter van de besprekingen in Moskou en de ontoereikende overwegingen die eraan ten grondslag lagen: “Vóór ons bezoek hier brachten Kohl en Genscher een overhaast bezoek aan Moskou. En net zo haastig – naar de mening van E.A. [Shevardnadze] – aanvaardde Gorbatsjov het recht van de Duitsers op eenheid en zelfbeschikking.” Deze dagboekaantekening bewijst, vanuit een kritisch perspectief, dat de Verenigde Staten en West-Duitsland Moskou wel degelijk concrete toezeggingen hebben gedaan over het behoud van de NAVO in haar huidige omvang en reikwijdte. In feite geeft het dagboek verder aan dat die toezeggingen in ieder geval in de ogen van Sjevardnadze neerkwamen op een deal – die Gorbatsjov accepteerde, zelfs toen hij tijd rekte.

Document 10-3
Dagboek Teimuraz Stepanov-Mamaladze, 13 februari 1990.
13 feb. 1990

Bron: Hoover Institution Archief, Stepanov-Mamaladze Collectie.

Op de tweede dag van de Ottawa conferentie beschrijft Stepanov-Mamaladze moeizame onderhandelingen over de exacte formulering van de gezamenlijke verklaring over Duitsland en het Twee-Plus-Vier proces. Sjevardnadze en Genscher kibbelden twee uur lang over de termen “eenheid” versus “eenwording”, terwijl Sjevardnadze probeerde de zaken over Duitsland te vertragen en de andere ministers zich te laten concentreren op Open Skies. De dag was vrij intens: “Gedurende de dag werden er actieve spelletjes gespeeld tussen hen allen. E.A. [Sjevardnadze] had vijf ontmoetingen met Baker, twee keer met Genscher, sprak met Fischer [DDR-minister van Buitenlandse Zaken], Dumas [Franse minister van Buitenlandse Zaken], en de ministers van de ATS-landen,” en tenslotte werd de tekst van de regeling vastgesteld, waarbij het woord “eenheid” werd gebruikt. In de slotverklaring werd ook de overeenkomst over de Amerikaanse en Sovjettroepen in Midden-Europa het belangrijkste resultaat van de conferentie genoemd. Maar voor de Sovjetafgevaardigden “was de ‘Open Hemel’ [nog steeds] gesloten door de stormwolk van Duitsland”.

Document 11
U.S. State Department, “Twee plus vier: Voordelen, mogelijke bezwaren en tegenargumenten.”
21 feb. 1990

Bron: FOIA-vrijgave van het ministerie van Buitenlandse Zaken, Collectie Flashpoints van het Nationaal Veiligheidsarchief, doos 38.

Deze memo, waarschijnlijk geschreven door Robert Zoellick, topman van Baker op Buitenlandse Zaken, bevat de openhartige Amerikaanse visie op het Twee Plus Vier-proces met zijn voordelen van “het handhaven van de Amerikaanse betrokkenheid bij (en zelfs enige controle over) het eenwordingsdebat”. De Amerikaanse vrees was dat de West-Duitsers hun eigen deal met Moskou zouden sluiten voor een snelle eenwording, waarbij ze enkele van de voor de V.S. belangrijkste punten zouden opgeven, voornamelijk het lidmaatschap van de NAVO. Zoellick wijst er bijvoorbeeld op dat Kohl zijn 10 punten had aangekondigd zonder Washington te raadplegen en na signalen uit Moskou, en dat de VS van de Sovjets hadden vernomen dat Kohl naar Moskou was gegaan, niet van Kohl. De memo voorkomt bezwaren over het opnemen van de Sovjets door erop te wijzen dat zij al in Duitsland waren en moesten worden aangepakt. De twee plus vier regeling omvat de Sovjets maar verhindert hen een veto te hebben (wat een vier-mogendheden proces of een Verenigde Naties proces zou kunnen toestaan), terwijl een effectief één plus drie gesprek vóór elke vergadering West-Duitsland en de VS, met de Britten en de Fransen, in staat zou stellen een gemeenschappelijk standpunt uit te werken. Bijzonder veelzeggend zijn de onderstrepingen en het handschrift van Baker in de marge, vooral zijn uitbundige zin: “Je hebt nog geen leveraged buyout gezien totdat je deze hebt gezien!”

Document 12-1
Memorandum van gesprek tussen Vaclav Havel en George Bush in Washington.
20 feb. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, Memcons en Telcons (https://bush41library.tamu.edu/)

Deze gesprekken zouden “de opvoeding van Vaclav Havel”[11] genoemd kunnen worden, omdat de voormalige dissident die president van Tsjecho-Slowakije werd, Washington bezocht slechts twee maanden nadat de Fluwelen Revolutie hem van de gevangenis naar de Praagse Burcht had geveegd. Havel zou een staande ovatie krijgen tijdens een toespraak op 21 februari voor een gezamenlijke zitting van het Congres, en gesprekken voeren met Bush voor en na het optreden van het Congres. Havel was al door journalisten genoemd als voorstander van de ontbinding van de blokken van de Koude Oorlog, zowel de NAVO als het Warschaupact, en de terugtrekking van troepen, dus Bush maakte van de gelegenheid gebruik om de Tsjechische leider de les te lezen over de waarde van de NAVO en haar essentiële rol als de basis voor de Amerikaanse aanwezigheid in Europa. Toch sprak Havel in zijn toespraak tot het Congres tweemaal de hoop uit dat “Amerikaanse soldaten niet van hun moeders gescheiden hoeven te worden” alleen omdat Europa de vrede niet kan bewaren, en deed hij een oproep voor een “toekomstig democratisch Duitsland dat bezig is zich te verenigen in een nieuwe pan-Europese structuur die over zijn eigen veiligheidssysteem kan beslissen”. Maar na afloop, toen hij opnieuw met Bush sprak, had de voormalige dissident duidelijk de boodschap begrepen. Havel zei dat hij misschien verkeerd begrepen was, dat hij zeker de waarde zag van de betrokkenheid van de VS bij Europa. Bush van zijn kant opperde de mogelijkheden, uitgaande van meer Tsjechoslowaakse medewerking op dit punt, van Amerikaanse investeringen en hulp.

Document 12-2
Memorandum van gesprek tussen Vaclav Havel en George Bush in Washington.
21 feb. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, Memcons en Telcons (https://bush41library.tamu.edu/)

Dit memcon na Havel’s triomfantelijke toespraak voor het Congres bevat Bush’s verzoek aan Havel om de boodschap aan Gorbatsjov door te geven dat de Amerikanen hem persoonlijk steunen, en dat “We ons niet op een verkeerde manier zullen gedragen door te zeggen ‘wij winnen, jullie verliezen’.” Om het punt te benadrukken zegt Bush: “Zeg tegen Gorbatsjov dat … ik u heb gevraagd Gorbatsjov te zeggen dat wij ons ten aanzien van Tsjecho-Slowakije of enig ander land niet zullen gedragen op een manier die de problemen die hij zo openhartig met mij heeft besproken zou bemoeilijken.” De Tsjechoslowaakse leider voegt zijn eigen waarschuwing aan de Amerikanen toe over hoe verder te gaan met de eenwording van Duitsland en het aanpakken van de Sovjet- onzekerheden. Havel zegt tegen Bush: “Het is een kwestie van prestige. Dit is de reden waarom ik over het nieuwe Europese veiligheidssysteem sprak zonder de NAVO te noemen. Want als het uit de NAVO zou voortkomen, zou het een andere naam moeten krijgen, al was het maar vanwege het prestige-element. Als de NAVO Duitsland overneemt, zal dat op een nederlaag lijken, op de ene supermacht die de andere verovert. Maar als de NAVO zichzelf kan omvormen – misschien in samenhang met het Helsinki-proces – zou dat lijken op een vreedzaam proces van verandering, niet op een nederlaag.” Bush reageerde positief: “Je hebt een goed punt. Ons standpunt is dat de NAVO een nieuwe politieke rol zou blijven spelen en dat wij zouden voortbouwen op het CVSE-proces. We zullen nadenken over hoe we verder zouden kunnen gaan.”

Document 13
Memorandum van gesprek tussen Helmut Kohl en George Bush in Camp David.
24 feb. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, Memcons en Telcons (https://bush41library.tamu.edu/)

De grootste zorg van de regering Bush over de Duitse eenwording toen het proces in februari 1990 versnelde, was dat de West-Duitsers hun eigen bilaterale deal met de Sovjets zouden kunnen maken (zie Document 11) en misschien bereid zouden zijn om het NAVO-lidmaatschap weg te onderhandelen. President Bush merkte later op dat het doel van de Camp David ontmoeting met Kohl was “Duitsland op het NAVO reservaat te houden,” en dat was de drijfveer achter de agenda voor deze reeks ontmoetingen. De Duitse kanselier arriveert in Camp David zonder Genscher omdat deze laatste het Bush-Kohl-standpunt over volledig Duits lidmaatschap van de NAVO niet helemaal deelt, en hij onlangs beide leiders boos maakte door zich publiekelijk uit te spreken over de CVSE als het toekomstige Europese veiligheidsmechanisme.[12]

Aan het begin van dit gesprek spreekt Kohl zijn dank uit voor de steun van Bush en Baker tijdens zijn besprekingen met Gorbatsjov in Moskou begin februari, met name voor de brief van Bush waarin Washington zich sterk maakt voor de Duitse eenwording in de NAVO. Beide leiders wijzen op de noodzaak van een zo nauw mogelijke onderlinge samenwerking om het gewenste resultaat te bereiken. Bush’s prioriteit is de Amerikaanse aanwezigheid, met name de nucleaire paraplu, in Europa te behouden: “als de Amerikaanse nucleaire strijdkrachten uit Duitsland worden teruggetrokken, zie ik niet in hoe we een andere bondgenoot op het continent ervan kunnen overtuigen deze wapens te behouden”. Hij verwijst sarcastisch naar de kritiek die van Capitol Hill komt: “We hebben tegenwoordig rare ideeën in ons Congres, ideeën zoals dit vredesdividend. Dat kunnen we niet doen in deze onzekere tijden.” Beide leiders zijn bezorgd over het standpunt dat Gorbatsjov zou kunnen innemen en zijn het erover eens dat er regelmatig met hem overlegd moet worden. Kohl suggereert dat de Sovjets hulp nodig hebben en dat de definitieve regeling voor Duitsland een “kwestie van geld” zou kunnen zijn. Bush antwoordt dat hij niet bereid is financieel bij te dragen: “Jullie hebben diepe zakken.” Op een bepaald moment in het gesprek lijkt Bush zijn Sovjet-tegenhanger niet als een partner te zien, maar als een verslagen vijand. Verwijzend naar het feit dat sommige Sovjets zich verzetten tegen het Duitse lidmaatschap van de NAVO, zegt hij: “Naar de hel daarmee. Wij hebben gezegevierd en zij niet. We kunnen de Sovjets niet de overwinning uit de kaken van de nederlaag laten grijpen.”

Document 14
Memorandum van gesprek tussen George Bush en Eduard Sjevardnadze in Washington.
6 apr, 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, Memcons en Telcons (https://bush41library.tamu.edu/)

Minister van Buitenlandse Zaken Shevardnadze overhandigt Bush een brief van Gorbatsjov, waarin de Sovjet-president de belangrijkste kwesties voor de komende top bespreekt. Economische kwesties staan bovenaan de lijst voor de Sovjet-Unie, met name de status van meest begunstigde natie en een handelsovereenkomst met de Verenigde Staten. Sjevardnadze spreekt zijn bezorgdheid uit over het gebrek aan vooruitgang op deze punten en de pogingen van de VS om de EBWO te verhinderen leningen aan de USSR te verstrekken. Hij benadrukt dat zij niet om hulp vragen, “wij willen alleen als partners worden behandeld”. Wat de spanningen in Litouwen betreft, zegt Bush dat hij Gorbatsjov geen moeilijkheden wil bezorgen in binnenlandse aangelegenheden, maar merkt hij op dat hij moet aandringen op de rechten van de Litouwers, omdat hun inlijving in de USSR nooit door de Verenigde Staten is erkend. Wat de wapenbeheersing betreft, wijzen beide partijen op enige terughoudendheid van de andere partij en spreken zij de wens uit het START-verdrag snel af te ronden. Sjevardnadze vermeldt de komende CVSE-Top en de verwachting van de Sovjet-Unie dat daar de nieuwe Europese veiligheidsstructuren zullen worden besproken. Bush spreekt dit niet tegen, maar koppelt dit aan de kwesties van de Amerikaanse aanwezigheid in Europa en de Duitse eenwording in de NAVO. Hij verklaart dat hij wil “bijdragen tot stabiliteit en tot de totstandbrenging van een heel en vrij Europa, of zoals u het noemt, een gemeenschappelijk Europees huis. Een idee dat zeer dicht bij het onze staat.” De Sovjets interpreteren dit – ten onrechte – als een verklaring dat de Amerikaanse regering Gorbatsjovs idee deelt.

Document 15
Sir R. Braithwaite (Moskou). Telegraphic N. 667: “Ontmoeting van de Staatssecretaris met President Gorbatsjov.”
11 apr, 1990

Bron: Documenten over het Britse beleid overzee, serie III, deel VII: Duitse eenwording, 1989-1990. (Foreign and Commonwealth Office. Documents on British Policy Overseas, geredigeerd door Patrick Salmon, Keith Hamilton, en Stephen Twigge, Oxford en New York, Routledge 2010), pp. 373-375

Ambassadeur Braithwaite’s telegram geeft een samenvatting van de ontmoeting tussen staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken Douglas Hurd en president Gorbatsjov, waarbij hij opmerkt dat Gorbatsjov een “expansieve stemming” heeft. Gorbatsjov vraagt de secretaris zijn waardering over te brengen voor de brief van Margaret Thatcher aan hem na haar topontmoeting met Kohl, waarin zij volgens Gorbatsjov de beleidslijnen volgde die Gorbatsjov en Thatcher bespraken in hun recente telefoongesprek, op basis waarvan de Sovjet-leider concludeerde dat “de Britse en Sovjet-standpunten inderdaad zeer dicht bij elkaar lagen”. Hurd waarschuwt Gorbatsjov dat hun standpunten niet voor 100% overeenstemmen, maar dat de Britten “het belang erkenden van niets te doen dat afbreuk doet aan de belangen en de waardigheid van de Sovjet-Unie”. Gorbatsjov, zoals blijkt uit de samenvatting van Braithwaite, spreekt over het belang van de opbouw van nieuwe veiligheidsstructuren als een manier om met de kwestie van twee Germanen om te gaan: “Als we het hebben over een gemeenschappelijke dialoog over een nieuw Europa dat zich uitstrekt van de Atlantische Oceaan tot de Oeral, dan was dat een manier om met het Duitse vraagstuk om te gaan.” Daarvoor zou een overgangsperiode nodig zijn om het tempo van het Europese proces op te voeren en dit “af te stemmen op het vinden van een oplossing voor het probleem van de twee Duitslanden”. Indien het proces echter unilateraal zou zijn – alleen Duitsland in de NAVO en geen oog voor de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie – zou het zeer onwaarschijnlijk zijn dat de Opperste Sovjet een dergelijke oplossing zou goedkeuren en zou de Sovjet-Unie zich afvragen of het nodig is de afbouw van haar conventionele wapens in Europa te versnellen. Volgens hem zou de toetreding van Duitsland tot de NAVO zonder vooruitgang op het gebied van de Europese veiligheidsstructuren “het evenwicht in de veiligheid kunnen verstoren, hetgeen voor de Sovjet-Unie onaanvaardbaar zou zijn”.

Document 16
Valentin Falin Memorandum aan Mikhail Gorbatsjov (Uittreksels)
18 apr, 1990

Bron: Michail Gorbatsjov i germanskii vopros, bewerkt door Alexander Galkin en Anatoly Chernyaev, (Moskou: Ves Mir, 2006), pp. 398-408

Dit memorandum van de hoogste deskundige van het Centraal Comité over Duitsland klinkt als een wake-up call voor Gorbatsjov. Falin verwoordt het onomwonden: terwijl de Europese politiek van de Sovjet-Unie na de verkiezingen van 18 maart in Oost-Duitsland in inactiviteit en zelfs “depressie” is geraakt, en Gorbatsjov zelf Kohl het eenwordingsproces heeft laten versnellen, kunnen zijn compromissen over Duitsland in de NAVO alleen maar leiden tot het wegglijden van zijn belangrijkste doel voor Europa – het gemeenschappelijke Europese huis. “Als we de afgelopen zes maanden samenvatten, moeten we concluderen dat het ‘gemeenschappelijk Europees huis’, dat vroeger een concrete taak was die de landen van het continent begonnen uit te voeren, nu een fata morgana aan het worden is.” Terwijl het Westen Gorbatsjov om de tuin leidt om de Duitse eenwording in de NAVO te aanvaarden, merkt Falin (terecht) op dat “de Westerse staten reeds het consensusbeginsel schenden door onderling voorlopige afspraken te maken” over de Duitse eenwording en de toekomst van Europa die geen “lange fase van constructieve ontwikkeling” inhouden. Hij wijst op de “intensieve cultivering door het Westen van niet alleen de NAVO maar ook onze bondgenoten van het Warschaupact” met het doel de USSR te isoleren in het kader van twee plus vier en de CVSE.

Verder merkt hij op dat redelijke stemmen niet meer worden gehoord: “Genscher blijft van tijd tot tijd discussiëren over het versnellen van de beweging in de richting van Europese collectieve veiligheid met de ‘ontbinding van de NAVO en de WTO daarin’ … Maar heel weinig mensen … horen Genscher.” Falin stelt voor de rechten van de Sovjet-viermogendheden te gebruiken om tot een formele juridisch bindende regeling te komen, gelijk aan een vredesverdrag dat de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie zou waarborgen als “onze enige kans om de Duitse eenwording te koppelen aan het pan-Europese proces”. Hij stelt ook voor de onderhandelingen over wapenbeheersing in Wenen en Genève als pressiemiddel te gebruiken als het Westen blijft profiteren van de flexibiliteit van de Sovjet-Unie. In de memo worden specifieke bepalingen voorgesteld voor de definitieve regeling met Duitsland, waarvan de onderhandelingen veel tijd in beslag zouden nemen en een venster zouden bieden voor de opbouw van Europese structuren. Maar de hoofdgedachte van de memo is Gorbatsjov te waarschuwen niet naïef te zijn over de bedoelingen van zijn Amerikaanse partners: “Het Westen speelt ons de loef af, belooft de belangen van de USSR te respecteren, maar scheidt ons in de praktijk stap voor stap van het ’traditionele Europa’.”

Document 17
James A. Baker III, Memorandum voor de president, “Mijn ontmoeting met Shevardnadze.”
4 mei 1990

Bron: George H. W. Bush Presidentiële Bibliotheek, NSC Scowcroft Dossiers, Doos 91126, Map “Gorbatsjov (Dobrynin) Gevoelig 1989 – Juni 1990 [3]”

De staatssecretaris had op 4 mei 1990 in Bonn een ontmoeting van bijna vier uur gehad met de Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken, waarbij een hele reeks onderwerpen werd besproken, maar het zwaartepunt lag bij de crisis in Litouwen en de onderhandelingen over de Duitse eenwording. Net als bij de besprekingen in februari en het hele jaar door deed Baker zijn best om de Sovjets de verzekering te geven dat zij bij de toekomst van Europa zouden worden betrokken. Baker meldt: “Ik gebruikte ook uw toespraak en onze erkenning van de noodzaak om de NAVO aan te passen, zowel politiek als militair, en de CVSE te ontwikkelen om Sjevardnadze gerust te stellen dat het proces geen winnaars en verliezers zou opleveren. In plaats daarvan zou het een nieuwe legitieme Europese structuur opleveren – een structuur die inclusief zou zijn, niet exclusief.” Uit Shevardnadze’s antwoord blijkt dat “onze discussie over de nieuwe Europese architectuur verenigbaar was met veel van hun denken, hoewel hun denken nog in ontwikkeling was”. Baker vertelt dat Sjevardnadze “nogmaals benadrukte hoe psychologisch moeilijk het voor hen is – vooral voor het Sovjet-publiek – om een verenigd Duitsland in de NAVO te accepteren.” Baker voorspelt scherp dat Gorbatsjov “dit soort emotioneel geladen politieke kwesties nu niet zal aanpakken” en waarschijnlijk pas na het Partijcongres in juli.

Document 18
Gespreksverslag tussen Michail Gorbatsjov en James Baker in Moskou.
18 mei 1990

Bron: Archief Gorbatsjov Stichting, Fond 1, Opis 1.

Dit fascinerende gesprek gaat over een reeks wapenbeheersingskwesties ter voorbereiding van de top in Washington en omvat uitvoerige, zij het onbesliste discussies over de Duitse eenwording en de spanningen in de Baltische staten, met name de patstelling tussen Moskou en het separatistische Litouwen. Gorbatsjov doet een hartstochtelijke poging Baker ervan te overtuigen dat Duitsland zich moet herenigen buiten de voornaamste militaire blokken om, in het kader van het geheel Europa omvattende proces. Baker geeft Gorbatsjov negen punten om te bewijzen dat met zijn standpunt rekening wordt gehouden. Punt acht is voor Gorbatsjov het belangrijkst, namelijk dat de Verenigde Staten “zich in verschillende fora inspannen om de CVSE uiteindelijk om te vormen tot een permanente instelling die een belangrijke hoeksteen van een nieuw Europa zou worden”.

Ondanks deze verzekering laat Baker, wanneer Gorbatsjov het heeft over de noodzaak nieuwe veiligheidsstructuren te bouwen ter vervanging van de blokken, een persoonlijke reactie los die veel onthult over het werkelijke Amerikaanse standpunt ter zake: “Het is leuk om te praten over pan-Europese veiligheidsstructuren, de rol van de CVSE. Het is een prachtige droom, maar slechts een droom. In de tussentijd bestaat de NAVO. …” Gorbatsjov stelt voor dat als de VS aandringt op Duitsland in de NAVO, hij “publiekelijk zou aankondigen dat wij ook lid willen worden van de NAVO”. Sjevardnadze gaat verder met een profetische opmerking: “als het verenigde Duitsland lid wordt van de NAVO, zal dat de perestrojka opblazen. Ons volk zal het ons niet vergeven. De mensen zullen zeggen dat wij de verliezers zijn geworden, niet de winnaars.”

Document 19
Gespreksverslag tussen Michail Gorbatsjov en Francois Mitterrand (uittreksels).
25 mei 1990

Bron: Michail Gorbatsjov i germanskii vopros, bewerkt door Aleksandr Galkin en Anatolij Tsjernijev, (Moskou: Ves Mir, 2006), blz. 454-466

Gorbatsjov vond dat van alle Europeanen de Franse president zijn naaste bondgenoot was bij de opbouw van een Europa na de Koude Oorlog, omdat de Sovjetleider geloofde dat Mitterrand zijn concept deelde van het gemeenschappelijke Europese huis en het idee om beide militaire blokken op te heffen ten gunste van nieuwe Europese veiligheidsstructuren. En Mitterrand deelde die mening, tot op zekere hoogte. In dit gesprek hoopt Gorbatsjov nog steeds zijn ambtgenoot ervan te overtuigen zich bij hem aan te sluiten tegen de Duitse eenmaking in de NAVO. Mitterrand is heel direct en zegt Gorbatsjov dat het te laat is om deze kwestie aan te vechten en dat hij zijn steun niet zal geven, omdat “als ik ‘nee’ zeg tegen het Duitse lidmaatschap van de NAVO, ik geïsoleerd zal raken van mijn westerse partners”. Mitterrand stelt echter voor dat Gorbatsjov “passende garanties” van de NAVO eist. Hij spreekt over het gevaar van isolement van de Sovjet-Unie in het nieuwe Europa en over de noodzaak om “veiligheidsvoorwaarden te scheppen voor u, evenals voor de veiligheid van Europa in zijn geheel. Dit was een van mijn leidende doelstellingen, met name toen ik mijn idee opperde om een Europese confederatie tot stand te brengen. Het is vergelijkbaar met uw concept van een gemeenschappelijk Europees huis”.

In zijn aanbevelingen aan Gorbatsjov herhaalt Mitterrand in feite de lijnen van het Falin-memo (zie Document 16). Hij zegt dat Gorbatsjov moet streven naar een formele regeling met Duitsland door gebruik te maken van zijn Viermogendheden-rechten en de hefboomwerking van verdragen voor wapenbeheersingsonderhandelingen te gebruiken: “U zult zo’n troefkaart als ontwapeningsonderhandelingen niet laten varen.” Hij impliceert dat de NAVO nu niet het kernpunt is en in verdere onderhandelingen kan worden overstemd; het gaat er veeleer om de Sovjet-deelneming aan het nieuwe Europese veiligheidssysteem te verzekeren. Hij herhaalt dat hij “persoonlijk voorstander is van een geleidelijke ontmanteling van de militaire blokken”.

Gorbatsjov uit zijn bezorgdheid en achterdocht over de Amerikaanse pogingen om “de NAVO te bestendigen”, om “de NAVO te gebruiken om een soort mechanisme te creëren, een instelling, een soort gids voor het beheer van wereldaangelegenheden”. Hij vertelt Mitterrand over zijn bezorgdheid dat de VS probeert Oost-Europeanen bij de NAVO te betrekken: “Ik heb Baker gezegd: wij zijn ons bewust van uw gunstige houding ten opzichte van het voornemen van een aantal vertegenwoordigers van Oost-Europese landen om zich terug te trekken uit het Warschaupact en zich vervolgens bij de NAVO aan te sluiten.” Wat met de toetreding van de USSR?

Mitterrand stemt ermee in Gorbatsjov te steunen in zijn pogingen pan-Europese processen aan te moedigen en ervoor te zorgen dat met de veiligheidsbelangen van de Sovjet-Unie rekening wordt gehouden, zolang hij maar geen “nee” tegen de Duitsers hoeft te zeggen. Hij zegt: “Ik heb altijd tegen mijn NAVO-partners gezegd: beloof dat de militaire formaties van de NAVO niet van hun huidige grondgebied in de BRD naar Oost-Duitsland mogen worden verplaatst.”

Document 20
Brief van Francois Mitterrand aan George Bush
25 mei 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, NSC Scowcroft Dossiers, FOIA 2009-0275-S

Trouw aan zijn woord, schrijft Mitterrand een brief aan George Bush waarin hij Gorbatsjovs hachelijke situatie over de kwestie van de Duitse eenwording in de NAVO beschrijft en deze oprecht noemt, niet “nep of tactisch”. Hij waarschuwt de Amerikaanse president dit niet als een voldongen feit te doen zonder Gorbatsjovs toestemming, waarbij hij impliceert dat Gorbatsjov zou kunnen terugslaan op de wapenbeheersing (precies wat Mitterrand zelf – en Falin eerder – suggereerde in zijn gesprek). Mitterrand pleit voor een formele “vredesregeling naar internationaal recht” en deelt Bush mee dat hij in zijn gesprek met Gorbatsjov “heeft aangegeven dat wij, van westerse zijde, zeker niet zouden weigeren de garanties die hij voor de veiligheid van zijn land mag verwachten, in detail uit te werken”. Mitterrand is van mening dat “wij moeten proberen de bezorgdheid van de heer Gorbatchev weg te nemen” en biedt aan “een aantal voorstellen” te doen over dergelijke garanties wanneer hij en Bush elkaar persoonlijk ontmoeten.

Document 21
Verslag van een gesprek tussen Michail Gorbatsjov en George Bush. Witte Huis, Washington D.C.
31 mei 1990

Bron: Gorbatsjov Stichting Archief, Moskou, Fond 1, opis 1.[13]

In deze beroemde “twee ankers”-discussie overleggen de delegaties van de V.S. en de Sovjetunie over het proces van Duitse eenwording en vooral over de kwestie van de toetreding van een verenigd Duitsland tot de NAVO. Bush probeert zijn tegenhanger ervan te overtuigen zijn op het verleden gebaseerde vrees voor Duitsland te heroverwegen, en hem aan te moedigen vertrouwen te hebben in het nieuwe democratische Duitsland. De Amerikaanse president zegt: “Geloof me, wij pushen Duitsland niet in de richting van eenwording, en wij zijn het niet die het tempo van dit proces bepalen. En natuurlijk hebben wij niet de bedoeling, zelfs niet in gedachten, om de Sovjet-Unie op enigerlei wijze te schaden. Daarom spreken wij ons uit voor de Duitse eenwording in de NAVO, zonder daarbij de ruimere context van de CVSE uit het oog te verliezen en rekening houdend met de traditionele economische banden tussen de twee Duitse staten. Een dergelijk model komt naar onze mening ook overeen met de belangen van de Sovjet-Unie”. Baker herhaalt de negen eerder door de regering gedane toezeggingen, waaronder dat de Verenigde Staten er nu mee instemmen het pan-Europese proces en de transformatie van de NAVO te steunen om de Sovjet-perceptie van bedreiging weg te nemen. Gorbatsjovs voorkeur gaat uit naar een Duitsland dat met één been in zowel de NAVO als het Warschaupact staat – de “twee ankers” – waardoor een soort geassocieerd lidmaatschap ontstaat. Baker komt tussenbeide en zegt dat “de gelijktijdige verplichtingen van één en hetzelfde land tegenover de WTO en de NAVO riekt naar schizofrenie”. Nadat de Amerikaanse president de kwestie in de context van het akkoord van Helsinki heeft geplaatst, stelt Gorbatsjov voor dat het Duitse volk het recht heeft zijn bondgenootschap te kiezen – iets wat hij in wezen reeds tegenover Kohl had bevestigd tijdens hun ontmoeting in februari 1990. Hier overschrijdt Gorbatsjov aanzienlijk zijn boekje en wekt hij de woede op van andere leden van zijn delegatie, met name van de ambtenaar met de Duitse portefeuille, Valentin Falin, en maarschalk Sergej Akhromejev. Gorbatsjov geeft een belangrijke waarschuwing voor de toekomst: “Als het Sovjetvolk de indruk krijgt dat wij in de Duitse kwestie worden genegeerd, dan zouden alle positieve processen in Europa, met inbegrip van de onderhandelingen in Wenen [over conventionele strijdkrachten], ernstig in gevaar komen. Dit is niet alleen maar bluffen. Het is gewoon zo dat de mensen ons zullen dwingen om te stoppen en om ons heen te kijken.” Het is een opmerkelijke bekentenis over binnenlandse politieke druk van de laatste Sovjetleider.

Document 22
Brief van Mr. Powell (N. 10) aan Mr. Wall: Thatcher-Gorbachev memorandum van gesprek.
8 jun 1990

Bron: Documenten over het Britse beleid ten aanzien van de overzeese gebieden, serie III, deel VII: Duitse eenwording, 1989-1990. (Ministerie van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken. Documents on British Policy Overseas, geredigeerd door Patrick Salmon, Keith Hamilton, en Stephen Twigge, Oxford en New York, Routledge 2010), pp 411-417

Margaret Thatcher bezoekt Gorbatsjov vlak nadat hij is teruggekeerd van zijn topontmoeting met George Bush. Van de vele onderwerpen in het gesprek ligt het zwaartepunt bij de Duitse eenwording en de NAVO, waarover, zo merkt Powell op, Gorbatsjovs “opvattingen nog in ontwikkeling waren”. In plaats van het eens te zijn over Duitse eenwording in de NAVO, spreekt Gorbatsjov over de noodzaak voor de NAVO en het Warschaupact om dichter naar elkaar toe te groeien, van confrontatie naar samenwerking om een nieuw Europa op te bouwen: “We moeten de Europese structuren zo vormen dat zij ons helpen het gemeenschappelijke Europese huis te vinden. Geen van beide partijen moet bang zijn voor onorthodoxe oplossingen.”

Hoewel Thatcher zich uitspreekt tegen Gorbatsjovs ideeën die een volledig NAVO-lidmaatschap voor Duitsland in de weg staan en het belang van een Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa benadrukt, ziet zij ook dat “de CVSE de paraplu voor dit alles zou kunnen vormen en het forum zou kunnen zijn dat de Sovjet-Unie volledig in discussie bracht over de toekomst van Europa.” Gorbatsjov zegt dat hij “volstrekt eerlijk wil zijn tegen de premier” dat als de processen eenzijdig zouden worden, “er een zeer moeilijke situatie zou kunnen ontstaan [en de] Sovjet-Unie zou voelen dat haar veiligheid in gevaar is.” Thatcher antwoordt met klem dat het in niemands belang was om de veiligheid van de Sovjet-Unie in gevaar te brengen: “We moeten manieren vinden om de Sovjet Unie het vertrouwen te geven dat haar veiligheid gewaarborgd is.

Document 23
Gespreksverslag tussen Michail Gorbatsjov en Helmut Kohl, Moskou (uittreksels).
15 jul. 1990

Bron: Michail Gorbatsjov i germanskii vopros, bewerkt door Alexander Galkin en Anatoly Chernyaev, (Moskou: Ves Mir, 2006), pp. 495-504

Dit sleutelgesprek tussen kanselier Kohl en president Gorbatsjov bepaalt de definitieve parameters voor de Duitse eenwording. Kohl spreekt herhaaldelijk over het nieuwe tijdperk van betrekkingen tussen een verenigd Duitsland en de Sovjet-Unie, en hoe deze relatie zou bijdragen aan de Europese stabiliteit en veiligheid. Gorbatsjov eist garanties over het niet-uitbreiden van de NAVO: “wij moeten praten over het niet uitbreiden van militaire structuren van de NAVO naar het grondgebied van de DDR, en het handhaven van Sovjettroepen daar gedurende een bepaalde overgangsperiode”. De Sovjet-leider merkt eerder in het gesprek op dat de NAVO al begonnen is met zichzelf om te vormen. Voor hem betekent de toezegging van niet-uitbreiding van de NAVO naar het grondgebied van de DDR in de geest dat de NAVO geen misbruik zal maken van de bereidheid van de Sovjet-Unie om compromissen te sluiten over Duitsland. Hij eist ook dat de status van de Sovjettroepen in de DDR voor de overgangsperiode “geregeld” wordt. Het mag niet in de lucht hangen, het heeft een wettelijke basis nodig.” Hij overhandigt Kohl Sovjet-overwegingen voor een volwaardig Sovjet-Duits verdrag dat dergelijke garanties zou bevatten. Hij wil ook hulp bij het verplaatsen van de troepen en het bouwen van woningen voor hen. Kohl belooft dit te zullen doen zolang deze hulp niet wordt opgevat als “een programma van Duitse hulp aan het Sovjetleger”.

Als hij het over de toekomst van Europa heeft, zinspeelt Kohl op de transformatie van de NAVO: “Wij weten wat de NAVO in de toekomst te wachten staat, en ik denk dat u dat nu ook weet.” Kohl benadrukt ook dat president Bush zich bewust is van en steun verleent aan de Sovjet-Duitse overeenkomsten en een sleutelrol zal spelen bij de opbouw van het nieuwe Europa. Tsjernjajev vat deze ontmoeting samen in zijn dagboek van 15 juli 1990: “Vandaag – Kohl. Zij ontmoeten elkaar in het Schechtel herenhuis aan de Alexei Tolstoj Straat. Gorbatsjov bevestigt zijn instemming met de toetreding van het verenigde Duitsland tot de NAVO. Kohl is besluitvaardig en assertief. Hij leidt een zuiver maar hard spel. En het is niet het aas (leningen) maar het feit dat het zinloos is om hier tegenin te gaan, het zou tegen de stroom van gebeurtenissen ingaan, het zou in strijd zijn met juist de realiteiten waar M.S. zo graag naar verwijst.”[14]

Document 24
Notulen van telefoongesprekken tussen Michail Gorbatsjov en George Bush
17 jul. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidentiële Bibliotheek, Memcons en Telcons ((https://bush41library.tamu.edu/)

President Bush reikt Gorbatsjov de hand onmiddellijk na de Kohl-Gorbatsjov ontmoetingen in Moskou en de Kaukasus terugtocht van Arkhyz, die de Duitse eenwording regelde, waarbij alleen de financiële regelingen overbleven voor een oplossing in september. Gorbatsjov had niet alleen de deal met Kohl gesloten, maar hij had ook het 28e Congres van de CPSU begin juli, het laatste in de geschiedenis van de Sovjetpartij, overleefd en getriomfeerd. Gorbatsjov beschrijft deze tijd als “misschien wel de moeilijkste en belangrijkste periode in mijn politieke leven”. Het congres stelde de partijleider bloot aan vernietigende kritiek van zowel de conservatieve communisten als de democratische oppositie. Hij slaagde erin zijn programma te verdedigen en herverkozen te worden als algemeen secretaris, maar hij kon weinig laten zien van zijn engagement met het Westen, vooral nadat hij zoveel terrein had prijsgegeven met betrekking tot de Duitse eenwording.

Terwijl Gorbatsjov vocht voor zijn politieke leven als Sovjetleider, had de top van de G-7 in Houston gedebatteerd over manieren om de perestrojka te helpen, maar omdat de VS gekant waren tegen kredieten of rechtstreekse economische hulp voordat er serieuze vrijemarkthervormingen waren doorgevoerd, werd er geen concreet hulppakket goedgekeurd; de groep ging niet verder dan het toestaan van “studies” door het IMF en de Wereldbank. Gorbatsjov stelde dat de USSR met voldoende middelen “zou kunnen overstappen op een markteconomie”, maar dat het land anders “meer zal moeten vertrouwen op door de staat gereguleerde maatregelen”. In dit telefoongesprek gaat Bush dieper in op Kohls veiligheidsgaranties en versterkt hij de boodschap van de Verklaring van Londen: “Dus wat wij probeerden te doen was rekening te houden met uw bezorgdheid die u mij en anderen hebt geuit, en dat deden wij op de volgende manieren: in onze gezamenlijke verklaring over non-agressie; in onze uitnodiging aan u om bij de NAVO te komen; in onze overeenkomst om de NAVO open te stellen voor regelmatig diplomatiek contact met uw regering en die van de Oosteuropese landen; en ons aanbod inzake garanties over de toekomstige omvang van de strijdkrachten van een verenigd Duitsland – een kwestie waarvan ik weet dat u die met Helmut Kohl hebt besproken. Wij hebben ook onze militaire benadering van de conventionele en nucleaire strijdkrachten fundamenteel gewijzigd. Wij hebben het idee overgebracht van een uitgebreide, sterkere CVSE met nieuwe instellingen waarin de USSR kan delen en deel kan uitmaken van het nieuwe Europa”.

Document 25
Two-Plus-Four ministersconferentie van 12 september te Moskou: Gedetailleerd verslag [omvat tekst van het Verdrag inzake de definitieve regeling met betrekking tot Duitsland en het proces-verbaal van overeenkomst bij het Verdrag inzake de bijzondere militaire status van de DDR na de eenmaking].
2 nov. 1990

Bron: George H.W. Bush Presidential Library, NSC Condoleezza Rice Files, 1989-1990 Subject Files, Folder “Memcons and Telcons – USSR [1]”

Medewerkers in het Europese Bureau van het State Department schreven dit document, praktisch een memcon, en stuurden het naar hoge ambtenaren zoals Robert Zoellick en Condoleezza Rice, gebaseerd op notities van Amerikaanse deelnemers aan de laatste ministeriële zitting over de Duitse eenwording op 12 september 1990. Het document bevat verklaringen van alle zes ministers in het Twee Plus Vier proces – Shevardnadze (de gastheer), Baker, Hurd, Dumas, Genscher, en De Maiziere van de DDR – (waarvan een groot deel zou worden herhaald in hun persconferenties na het evenement), samen met de overeengekomen tekst van het definitieve verdrag over de Duitse eenwording. In het verdrag werd gecodificeerd wat Bush eerder aan Gorbatsjov had aangeboden – een “speciale militaire status” voor het voormalige DDR-gebied. Op het laatste moment dwongen Britse en Amerikaanse bezorgdheid dat de taal de noodbewegingen van NAVO-troepen daar zou beperken, tot de opname van een “minuut” die het aan het pas verenigde en soevereine Duitsland overlaat wat de betekenis van het woord “ingezet” moet zijn. Kohl had Gorbatsjov toegezegd dat na het vertrek van de Sovjets alleen Duitse NAVO-troepen op dat grondgebied zouden worden toegelaten, en Duitsland hield zich aan die toezegging, ook al was de “minuut” bedoeld om andere NAVO-troepen in staat te stellen daar althans tijdelijk door te reizen of te oefenen. Vervolgens wezen Gorbatsjovs assistenten zoals Pavel Palazjenko op de taal van het verdrag om aan te voeren dat de uitbreiding van de NAVO in strijd was met de “geest” van dit Slotverdrag.

Document 26
U.S. Department of State, Europees Bureau: Herzien NAVO-strategiedocument voor bespreking tijdens vergadering subgroep
22 oktober 1990

Bron: George H. W. Bush Presidentiële Bibliotheek, NSC Heather Wilson Dossiers, Doos CF00293, Map “NAVO – Strategie (5)”.

De regering Bush had in 1989 de “Ungroup” in het leven geroepen om een reeks van persoonlijkheidsconflicten op het niveau van assistent-secretarissen te omzeilen die het gebruikelijke interagentschappelijke proces van beleidsontwikkeling over wapenbeheersing en strategische wapens hadden geblokkeerd. De leden van de Ungroup, voorgezeten door Arnold Kanter van de NSC, hadden het vertrouwen van hun bazen, maar niet noodzakelijkerwijs de bijbehorende formele titel of officiële rang.[15] De Ungroup overlapte met een vergelijkbare ad hoc European Security Strategy Group, en deze werd, kort nadat de Duitse eenwording was voltooid, de plaats voor de discussie binnen de regering Bush over de nieuwe rol van de NAVO in Europa en in het bijzonder over de NAVO-betrekkingen met de landen van Oost-Europa. Oost-Europese landen, die formeel nog deel uitmaakten van het Warschaupact, maar geleid werden door niet-communistische regeringen, waren geïnteresseerd om volwaardige leden van de internationale gemeenschap te worden, en wilden toetreden tot de toekomstige Europese Unie en mogelijk ook tot de NAVO.

Dit document, opgesteld voor een discussie over de toekomst van de NAVO door een subgroep bestaande uit vertegenwoordigers van de NSC, het Ministerie van Buitenlandse Zaken, de Joint Chiefs en andere instanties, stelt dat “een potentiële Sovjet-dreiging blijft bestaan en een fundamentele rechtvaardiging vormt voor het voortbestaan van de NAVO”. Tegelijkertijd wordt in de bespreking van een mogelijk Oost-Europees lidmaatschap van de NAVO gesuggereerd dat “het in de huidige omstandigheden niet in het beste belang van de NAVO of de VS is dat deze staten een volledig lidmaatschap van de NAVO en de bijbehorende veiligheidsgaranties krijgen”. De Verenigde Staten wensen “geen anti-Sovjetcoalitie te organiseren waarvan de grens de Sovjetgrens is” – niet in het minst wegens de negatieve gevolgen die dit zou kunnen hebben voor de hervormingen in de USSR. Verbindingsbureaus van de NAVO zouden voor het ogenblik volstaan, concludeerde de groep, maar de relatie zal zich in de toekomst ontwikkelen. Wanneer de confrontatie in het kader van de Koude Oorlog uitblijft, zullen de “out of area”-functies van de NAVO opnieuw moeten worden gedefinieerd.

Document 27
James F. Dobbins, Europees Bureau van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Memorandum aan de Nationale Veiligheidsraad: NATO Strategy Review Paper voor bespreking op 29 oktober.
25 okt. 1990

Bron: George H. W. Bush Presidentiële Bibliotheek: NSC Philip Zelikow Files, Box CF01468, Folder “File 148 NATO Strategy Review No. 1 [3]”[16]

Dit beknopte memorandum is afkomstig van het Europese Bureau van het Ministerie van Buitenlandse Zaken als begeleidende nota bij briefings voor een geplande vergadering op 29 oktober 1990 over de kwesties van de NAVO-uitbreiding en de Europese defensiesamenwerking met de NAVO. Het belangrijkste is dat het document een samenvatting geeft van het interne debat binnen de regering Bush, voornamelijk tussen het Ministerie van Defensie (in het bijzonder het Bureau van de Secretaris van Defensie, Dick Cheney) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Over de kwestie van de uitbreiding van de NAVO “wil het OSD de deur op een kier laten”, terwijl Buitenlandse Zaken “er de voorkeur aan geeft gewoon op te merken dat de discussie over de uitbreiding van het lidmaatschap niet op de agenda staat….” De regering Bush neemt in haar publieke verklaringen het standpunt van Buitenlandse Zaken over, maar het standpunt van Defensie zou de overhand krijgen in de volgende regering.

Document 28
Dagboek van ambassadeur Rodric Braithwaite, 05 maart 1991
5 mrt 1991

Bron: Rodric Braithwaite persoonlijk dagboek (gebruikt met toestemming van de auteur)

De Britse ambassadeur Rodric Braithwaite was aanwezig bij een aantal van de toezeggingen die in 1990 en 1991 aan de Sovjetleiders werden gedaan over de uitbreiding van de NAVO. Hier beschrijft Braithwaite in zijn dagboek een ontmoeting tussen de Britse premier John Major en militaire Sovjet-functionarissen, geleid door minister van defensie maarschalk Dmitry Yazov. De ontmoeting vond plaats tijdens het bezoek van Major aan Moskou en vlak na zijn één-op-één met president Gorbatsjov. Tijdens de ontmoeting met Major had Gorbatsjov zijn bezorgdheid geuit over de nieuwe dynamiek van de NAVO: “Tegen de achtergrond van gunstige processen in Europa begin ik plotseling informatie te ontvangen dat bepaalde kringen van plan zijn de NAVO verder te versterken als het belangrijkste veiligheidsinstrument in Europa. Voorheen spraken zij over het veranderen van de aard van de NAVO, over het omvormen van de bestaande militair-politieke blokken tot pan-Europese structuren en veiligheidsmechanismen. En nu hebben zij het plotseling weer over een speciale vredeshandhavende rol van de NAVO. Ze hebben het weer over de NAVO als hoeksteen. Dit klinkt niet aanvullend op het gemeenschappelijke Europese huis dat we zijn begonnen op te bouwen.” De majoor antwoordde: “Ik geloof dat uw gedachten over de rol van de NAVO in de huidige situatie het gevolg zijn van een misverstand. Wij hebben het niet over versterking van de NAVO. We hebben het over de coördinatie van de inspanningen die in Europa al plaatsvinden tussen de NAVO en de West-Europese Unie, die, zoals het de bedoeling is, alle leden van de Europese Gemeenschap in staat zou stellen bij te dragen aan het vergroten van [onze] veiligheid.”[17] In de vergadering met de militaire functionarissen die volgde, uitte maarschalk Yazov zijn bezorgdheid over de belangstelling van Oost-Europese leiders voor het lidmaatschap van de NAVO. In het dagboek schrijft Braithwaite: “De majoor verzekert hem dat er niets van dien aard zal gebeuren.” Jaren later, citerend uit het verslag van het gesprek in de Britse archieven, vertelt Braithwaite dat de Majoor aan Yazov antwoordde dat hij “zelf geen omstandigheden voorzag, nu of in de toekomst, waarin Oost-Europese landen lid van de NAVO zouden worden”. Ambassadeur Braithwaite citeert ook minister van Buitenlandse Zaken Douglas Hurd die op 26 maart 1991 tegen sovjetminister van Buitenlandse Zaken Alexander Bessmertnykh zou hebben gezegd: “Er zijn geen plannen in de NAVO om de landen van Oost- en Midden-Europa in een of andere vorm in de NAVO op te nemen.”[18]

Document 29
Memoranda van Paul Wolfowitz over een gesprek met Vaclav Havel en Lubos Dobrovsky in Praag.
27 apr, 1991

Bron: Amerikaans ministerie van Defensie, FOIA-vrijgave 2016, Nationaal Veiligheidsarchief FOIA 20120941DOD109

Deze memo’s van april 1991 vormen de boekensteunen voor het “onderwijs van Vaclav Havel” over de NAVO (zie doc. 12-1 en 12-2 hierboven). De Amerikaanse ondersecretaris van Defensie voor Beleid Paul Wolfowitz nam deze memons op in zijn verslag aan de NSC en het State Department over zijn deelname aan een conferentie in Praag over “De toekomst van de Europese veiligheid”, van 24-27 april 1991. Tijdens de conferentie had Wolfowitz afzonderlijke ontmoetingen met Havel en minister van Defensie Dobrovsky. In het gesprek met Havel bedankt Wolfowitz hem voor zijn uitspraken over het belang van de NAVO en de Amerikaanse troepen in Europa. Havel informeert hem dat Sovjet ambassadeur Kvitsinsky in Praag aan het onderhandelen was over een bilateraal akkoord, en de Sovjets wilden dat het akkoord een bepaling zou bevatten dat Tsjechoslowakije zich niet zou aansluiten bij bondgenootschappen die de USSR vijandig gezind waren. Wolfowitz adviseert zowel Havel als Dobrovsky om dergelijke overeenkomsten niet aan te gaan en de Sovjets te herinneren aan de bepalingen van de Slotakte van Helsinki die de vrijheid om zich aan te sluiten bij bondgenootschappen van hun keuze voorschrijven. Havel verklaart dat dit voor Tsjechoslowakije in de komende 10 jaar de NAVO en de Europese Unie betekent.

In gesprek met Dobrovsky merkt Wolfowitz op dat “het bestaan van de NAVO een jaar geleden nog in twijfel werd getrokken”, maar door het leiderschap van de VS en de steun van de NAVO-bondgenoten (en ook van de verenigde Duitsers), wordt het belang van de NAVO voor Europa nu ingezien, en de verklaringen van de Oost-Europese leiders waren in dit verband belangrijk. Dobrovsky beschrijft openhartig de verandering in het standpunt van het Tsjechoslowaakse leiderschap, “dat zijn standpunten radicaal had herzien. In het begin had president Havel aangedrongen op de ontbinding van zowel het Warschaupact als de NAVO,” maar concludeerde vervolgens dat de NAVO moest worden gehandhaafd. “Onofficieel,” zegt Dobrovsky, “voelde de CSFR zich aangetrokken tot de NAVO omdat het de Amerikaanse aanwezigheid in Europa verzekerde.”

Document 30
Memorandum aan Boris Jeltsin van de delegatie van de Russische Opperste Sovjet naar het NAVO-hoofdkwartier
1 jul 1991

Bron: Staatsarchief van de Russische Federatie (GARF), Fond 10026, Opis 1

Dit document is belangrijk voor de beschrijving van de duidelijke boodschap in 1991 van de hoogste niveaus van de NAVO – secretaris-generaal Manfred Woerner – dat de uitbreiding van de NAVO niet doorging. Het publiek was een Russische Opperste Sovjetdelegatie, die in deze nota verslag uitbracht aan Boris Jeltsin (die in juni was verkozen tot president van de Russische republiek, de grootste van de Sovjet-Unie), maar ongetwijfeld hoorden Gorbatsjov en zijn medewerkers op dat moment dezelfde verzekering. Het opkomende Russische veiligheidsapparaat maakte zich al zorgen over de mogelijkheid van uitbreiding van de NAVO, dus bezocht deze delegatie in juni 1991 Brussel om de leiding van de NAVO te ontmoeten, hun opvattingen over de toekomst van de NAVO te horen en de Russische zorgen te delen. Woerner had in mei 1990 in Brussel een goed gewaardeerde toespraak gehouden waarin hij betoogde: “De voornaamste taak van het komende decennium zal zijn een nieuwe Europese veiligheidsstructuur op te bouwen, die de Sovjet-Unie en de naties van het Warschaupact omvat. De Sovjet-Unie zal een belangrijke rol moeten spelen bij de opbouw van een dergelijk systeem. Als men de huidige situatie van de Sovjet-Unie, die praktisch geen bondgenoten meer heeft, in ogenschouw neemt, kan men haar gerechtvaardigde wens om niet uit Europa te worden verdreven, begrijpen”.

Nu, medio 1991, reageert Woerner op de Russen door te verklaren dat zowel hij persoonlijk als de NAVO-Raad tegen uitbreiding zijn – “13 van de 16 NAVO-leden delen dit standpunt”- en dat hij zich tegen het lidmaatschap van Polen en Roemenië van de NAVO zal uitspreken tegenover de leiders van die landen, zoals hij reeds heeft gedaan met de leiders van Hongarije en Tsjecho-Slowakije. Woerner benadrukt dat “wij niet mogen toestaan […] dat de USSR zich isoleert van de Europese gemeenschap”. De Russische delegatie waarschuwde dat elke versterking of uitbreiding van de NAVO de democratische transformaties in Rusland “ernstig zou kunnen vertragen”, en riep hun NAVO gesprekspartners op om de militaire functies van het bondgenootschap geleidelijk te verminderen. Deze nota over het Woerner-gesprek werd geschreven door drie prominente hervormers en naaste bondgenoten van Jeltsin-Sergej Stepasjin (voorzitter van het veiligheidscomité van de Doema en toekomstig onderminister van Veiligheid en premier), generaal Konstantin Kobets (toekomstig hoofd van de militaire inspectiedienst van Rusland nadat hij de hoogste Sovjet-officier was die Jeltsin steunde tijdens de staatsgreep van augustus 1991) en generaal Dmitri Volkogonov (Jeltsins adviseur voor defensie- en veiligheidskwesties, toekomstig hoofd van de VS-Russische Russische Gemengde Commissie voor Gevangenen-MIA’s en vooraanstaand militair historicus).

NOTITIES

[1] See Robert Gates, University of Virginia, Miller Center Oral History, George H.W. Bush Presidency, July 24, 2000, p. 101)

[2] See Chapter 6, “The Malta Summit 1989,” in Svetlana Savranskaya and Thomas Blanton, The Last Superpower Summits (CEU Press, 2016), pp. 481-569. The comment about the Wall is on p. 538.

[3] For background, context, and consequences of the Tutzing speech, see Frank Elbe, “The Diplomatic Path to Germany Unity,” Bulletin of the German Historical Institute 46 (Spring 2010), pp. 33-46. Elbe was Genscher’s chief of staff at the time.

[4] See Mark Kramer, “The Myth of a No-NATO-Enlargement Pledge to Russia,” The Washington Quarterly, April 2009, pp. 39-61.

[5] See Joshua R. Itkowitz Shifrinson, “Deal or No Deal? The End of the Cold War and the U.S. Offer to Limit NATO Expansion,” International Security, Spring 2016, Vol. 40, No. 4, pp. 7-44.

[6] See James Goldgeier, Not Whether But When: The U.S. Decision to Enlarge NATO (Brookings Institution Press, 1999); and James Goldgeier, “Promises Made, Promises Broken? What Yeltsin was told about NATO in 1993 and why it matters,” War On The Rocks, July 12, 2016.

[7] See also Svetlana Savranskaya, Thomas Blanton, and Vladislav Zubok, “Masterpieces of History”: The Peaceful End of the Cold War in Europe, 1989 (CEU Press, 2010), for extended discussion and documents on the early 1990 German unification negotiations.

[8] Genscher told Baker on February 2, 1990, that under his plan, “NATO would not extend its territorial coverage to the area of the GDR nor anywhere else in Eastern Europe.” Secretary of State to US Embassy Bonn, “Baker-Genscher Meeting February 2,” George H.W. Bush Presidential Library, NSC Kanter Files, Box CF00775, Folder “Germany-March 1990.” Cited by Joshua R. Itkowitz Shifrinson, “Deal or No Deal? The End of the Cold War and the U.S. Offer to Limit NATO Expansion,” International Security, Spring 2016, Vol. 40, No. 4, pp. 7-44.

[9] The previous version of this text said that Kohl was “caught up in a campaign finance corruption scandal that would end his political career”; however, that scandal did not erupt until 1999, after the September 1998 elections swept Kohl out of office. The authors are grateful to Prof. Dr. H.H. Jansen for the correction and his careful reading of the posting.

[10] See Andrei Grachev, Gorbachev’s Gamble (Cambridge, UK: Polity Press, 2008), pp. 157-158.

[11] For an insightful account of Bush’s highly effective educational efforts with East European leaders including Havel – as well as allies – see Jeffrey A. Engel, When the World Seemed New: George H.W. Bush and the End of the Cold War (Houghton Mifflin Harcourt, 2017), pp. 353-359.

[12] See George H.W. Bush and Brent Scowcroft, A World Transformed (New York: Knopf, 1998), pp. 236, 243, 250.

[13] Published in English for the first time in Savranskaya and Blanton, The Last Superpower Summits (2016), pp. 664-676.

[14] Anatoly Chernyaev Diary, 1990, translated by Anna Melyakova and edited by Svetlana Savranskaya, pp. 41-42.

[15] See Michael Nelson and Barbara A. Perry, 41: Inside the Presidency of George H.W. Bush (Cornell University Press, 2014), pp. 94-95.

[16] The authors thank Josh Shifrinson for providing his copy of this document.

[17] See Memorandum of Conversation between Mikhail Gorbachev and John Major published in Mikhail Gorbachev, Sobranie Sochinenii, v. 24 (Moscow: Ves Mir, 2014), p. 346

[18] See Rodric Braithwaite, “NATO enlargement: Assurances and misunderstandings,” European Council on Foreign Relations, Commentary, 7 July 2016.

De Documenten en notities staan bij het orginele bericht

Bron: NATO Expansion: What Gorbachev Heard


Beheerder Vincent W Schoers

Copyright © 2021 door Zorgdatjenietslaapt.nl. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.

Mijn lichaam is geen eigendom van de staat. Ik heb de uitsluitende en exclusieve autonomie over mijn lichaam en geen enkele politicus, ambtenaar of arts heeft het wettelijke of morele recht om mij te dwingen een niet-gelicentieerd, experimenteel vaccin of enige andere medische behandeling of procedure te ondergaan zonder mijn specifieke en geïnformeerde toestemming. De beslissing is aan mij en aan mij alleen en ik zal mij niet onderwerpen aan chantage door de overheid of emotionele manipulatie door de media, of zogenaamde celebrity influencers.

Geef een antwoord