Verdrag van Velzen 18 oktober 2007/Eurogendfor

Decreet nr. 2012-1021 van 4 september 2012 houdende bekendmaking van het Verdrag tussen het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek betreffende de oprichting van de Europese Gendarmerie EUROGENDFOR, ondertekend te Velsen op 18 oktober 2007 (1)
NOCH: MAEJ1232508D
ELI : https://www.legifrance.gouv.fr/eli/decret/2012/9/4/MAEJ1232508D/jo/texte
Alias: https://www.legifrance.gouv.fr/eli/decret/2012/9/4/2012-1021/jo/texte
JORF nr. 0207 van 6 september 2012
Tekst nr. 3

Hoofdstuk I: Algemene bepalingen
Hoofdstuk II: Opdrachten, engagement en inzet
Hoofdstuk III: Institutionele en juridische aspecten
Hoofdstuk IV: Permanente hoofdkwartierfaciliteiten
Hoofdstuk V: Bescherming van informatie
Hoofdstuk VI: Personeelsbepalingen
Hoofdstuk VII: Voorrechten en immuniteiten
Hoofdstuk VIII: Bepalingen betreffende de bevoegdheid en tuchtrechtelijke bevoegdheden
Hoofdstuk IX: Schade
Hoofdstuk X: Bepalingen betreffende financiering en eigendomsrechten
Hoofdstuk XI: Slotbepalingen

De president van de republiek,
over het verslag van de minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken,
Gelet op de Grondwet, inzonderheid op de artikelen 52 tot en met 55 ;
Gezien Wet nr. 2012-344 van 12 maart 2012 houdende machtiging tot ratificatie van het Verdrag tussen het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek tot oprichting van de Europese Gendarmerie EUROGENDFOR ;
Gelet op decreet nr. 49-1271 van 4 september 1949, waarbij het op 4 april 1949 te Washington ondertekende Noord-Atlantisch Verdrag, bekend als het Atlantisch Pact, wordt bekendgemaakt
Gelet op Decreet nr. 52-1170 van 11 oktober 1952, waarbij het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1951, wordt bekendgemaakt
Gelet op decreet nr. 53-192 van 14 maart 1953, zoals gewijzigd, inzake de bekrachtiging en publicatie van door Frankrijk aangegane internationale verplichtingen,
Decreet:

Artikel 1

Het Verdrag tussen het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek tot oprichting van de Europese Gendarmerie EUROGENDFOR, ondertekend te Velsen op 18 oktober 2007, wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Franse Republiek.

Artikel 2

De Eerste Minister en de Minister van Buitenlandse Zaken zijn elk belast met de uitvoering van dit decreet, dat in het Publikatieblad van de Franse Republiek zal worden bekendgemaakt.

Artikel

T R A I T Y

TUSSEN HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN EN DE PORTUGESE REPUBLIEK TOT OPRICHTING VAN DE EUROGENDARMERIE EUROGENDFOR
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
De Italiaanse Republiek,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
en
De Portugese Republiek,
hierna “de Partijen” genoemd,
Gezien de intentieverklaring inzake EUROGENDFOR, die op 17 september 2004 in Noordwijk is ondertekend
Gezien het Noord-Atlantisch Verdrag, ondertekend te Washington op 4 april 1949
Gezien het Handvest van de Verenigde Naties, ondertekend te San Francisco op 26 juni 1946
Gelet op het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten, ondertekend te Londen op 19 juni 1951
Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, zoals gewijzigd bij het op 26 februari 2001 ondertekende Verdrag van Nice
Gezien de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa, ondertekend te Helsinki op 1 augustus 1975
Gezien het op 17 november 2003 te Brussel ondertekende Akkoord tussen de lidstaten van de Europese Unie betreffende de status van de militairen en leden van het burgerpersoneel die bij de instellingen van de Europese Unie gedetacheerd zijn, hun hoofdkwartieren en hun strijdkrachten die ter beschikking van de Europese Unie kunnen worden gesteld voor de voorbereiding en de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 17, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, waaronder oefeningen, alsmede van de militairen en leden van het burgerpersoneel van de lidstaten die aan de Europese Unie beschikbaar zijn gesteld om in dat kader op te treden,
Teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van de Europese veiligheids- en defensie-identiteit en het gemeenschappelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid te versterken
hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:

Hoofdstuk I: Algemene bepalingen

Artikel

Artikel 1
Onderwerp

  1. Dit Verdrag heeft tot doel een Europese Gendarmerie op te richten die operationeel, van tevoren georganiseerd, robuust en snel inzetbaar is, en die uitsluitend bestaat uit elementen van de politiediensten van de partijen met een militaire status, teneinde alle politietaken in het kader van crisisbeheersingsoperaties uit te voeren.
  2. In dit Verdrag worden de fundamentele beginselen vastgelegd met betrekking tot de doelstellingen, het statuut, de organisatie en de werking van de Europese Gendarmeriemacht, hierna “EUROGENDFOR” of “EGF” genoemd.

Artikel 2
Beginselen

De bepalingen van dit Verdrag zijn gebaseerd op de toepassing van de beginselen van wederkerigheid en kostendeling.

Artikel 3
Definities

Voor de toepassing van dit Verdrag :
a. De term “EUROGENDFOR” betekent de multinationale politiemacht met militaire status bestaande uit :
i. een permanent hoofdkwartier ;
ii. door de partijen na de overdracht van het commando aangewezen EGF-strijdkrachten.
b. Permanent Hoofdkwartier” betekent het multinationale, modulaire, projecteerbare hoofdkwartier in Vicenza, Italië. De rol en de structuur van het permanent hoofdkwartier en zijn deelneming aan een operatie zullen worden goedgekeurd door het Interministerieel Comité op hoog niveau (CIMIN).
c. Onder “personeel van het permanente hoofdkwartier” wordt verstaan: de leden van een politiedienst met militaire status die door de partijen zijn toegewezen aan het permanente hoofdkwartier, alsmede een beperkt aantal door de partijen aangewezen civiele personeelsleden die permanente steun verlenen aan de werking van het permanente hoofdkwartier in een adviserende of ondersteunende rol
d. EGF-krachten”: het personeel van de politiediensten met militaire status dat de partijen na de commando-overdracht aan EUROGENDFOR hebben toegewezen om een missie of oefening uit te voeren, alsmede een beperkt aantal andere personeelsleden die door de partijen zijn aangewezen in een adviserende of ondersteunende rol.
e. Hoofdkwartier van de troepenmacht”: het multinationale hoofdkwartier dat in een operatiegebied is geactiveerd om de commandant van de EFG-strijdkrachten te ondersteunen bij de uitoefening van het commando en de controle over de missie.
f. onder “personeel van EUROGENDFOR” wordt verstaan: het vaste personeel van het hoofdkwartier en de leden van de strijdkrachten van het EFG.
g. CIMIN” verwijst naar het interministerieel comité op hoog niveau. Het is het besluitvormingsorgaan van EUROGENDFOR.
h. EGF-commandant”: de officier die door de CIMIN is benoemd om het bevel te voeren over het permanente hoofdkwartier en, in voorkomend geval, de EGF-troepen.
i. commandant van de EGF-strijdkrachten”: de officier die door de CIMIN is benoemd om het bevel te voeren over een EGF-missie
j. Thuisstaat”: de partij die strijdkrachten en/of personeel bijdraagt aan EUROGENDFOR.
k. Gastheerstaat”: de Partij op het grondgebied waarvan het permanente hoofdkwartier is gevestigd.
l. gastland”: de partij op het grondgebied waarvan de EGF-strijdkrachten zijn gestationeerd of op doorreis zijn
m. Bijdragende staat”: een staat die geen partij is bij dit Verdrag, maar die deelneemt aan missies of taken van EUROGENDFOR.
n. Gezinslid” betekent :
i. de echtgenoot van een personeelslid van het hoofdkantoor ;
ii. elke andere persoon die een geregistreerd partnerschap is aangegaan met een personeelslid van de permanente hoofdzetel overeenkomstig de wetgeving van de zendstaat, op voorwaarde dat de wetgeving van de gaststaat geregistreerd partnerschap gelijk stelt met huwelijk, en onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de desbetreffende wetgeving van de gaststaat
iii. rechtstreekse bloedverwanten in neergaande lijn beneden de leeftijd van 21 jaar of personen ten laste, alsmede die van de echtgenoot of partner als bedoeld in punt ii
iv. ten laste komende leden van het rechtstreekse gezin in opgaande lijn en die van de echtgenoot of partner als bedoeld in punt ii.

Hoofdstuk II: Opdrachten, engagement en inzet

Artikel

Artikel 4
Opdrachten en taken

  1. EUROGENDFOR moet, overeenkomstig het mandaat voor elke operatie, alleen of samen met andere strijdkrachten in staat zijn om het volledige scala van politietaken te vervullen, door vervanging of versterking, gedurende alle fasen van een crisisbeheersingsoperatie.
  2. De EGF-strijdkrachten kunnen zowel onder civiel gezag als onder militair bevel worden geplaatst.
  3. EUROGENDFOR kan gebruikt worden voor :
    a. Handhaving van de openbare veiligheid en orde;
    b. De plaatselijke politie controleren, adviseren, bijstaan en superviseren bij haar dagelijkse werkzaamheden, met inbegrip van strafrechtelijk onderzoek;
    c. Om openbare bewaking, verkeerscontrole, grenspolitie en algemene inlichtingendienst uit te voeren;
    d. Het verrichten van strafrechtelijk onderzoek, met inbegrip van het opsporen van strafbare feiten, het vervolgen van de daders en hun overdracht aan de bevoegde justitiële autoriteiten;
    e. Bescherming van personen en goederen en handhaving van de orde in geval van verstoring van de openbare orde;
    f. Opleiding van politiefunctionarissen overeenkomstig internationale normen;
    g. opleiden van instructeurs, ook in het kader van samenwerkingsprogramma’s.

Artikel 5
Kader voor missies

EUROGENDFOR kan ter beschikking worden gesteld van de Europese Unie (EU), de Verenigde Naties (VN), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) en andere internationale organisaties of een ad hoc coalitie.

Artikel 6
Voorwaarden voor indienstneming en inzet

  1. 1. De voorwaarden voor het inschakelen en inzetten van EUROGENDFOR, zoals per geval bepaald door de CIMIN, worden bepaald door een specifiek mandaat voor elke operatie en zijn afhankelijk van de sluiting van de nodige overeenkomsten tussen de partijen en de verzoekende organisatie.
  2. Ter voorbereiding van de aan EUROGENDFOR toegewezen missies kunnen de partijen, op aanbeveling van de CIMIN, hun eigen strijdkrachten en personeel op het grondgebied van de andere partijen stationeren en inzetten.
  3. De stationering en de inzet op het grondgebied van een derde staat worden beheerst door een overeenkomst tussen de zendstaten en de derde staat waarin de voorwaarden voor die stationering en inzet zijn neergelegd, met inachtneming van de fundamentele beginselen van dit Verdrag.

Hoofdstuk III: Institutionele en juridische aspecten

Artikel

Artikel 7
CIMIN

  1. Het CIMIN is samengesteld uit vertegenwoordigers van de bevoegde ministeries van elke Partij. De selectie van vertegenwoordigers geschiedt onder nationale verantwoordelijkheid. De specifieke details betreffende de samenstelling, structuur, organisatie en werking van de CIMIN worden omschreven in de door de CIMIN vastgestelde reglementen.
  2. CIMIN neemt zijn besluiten en richtlijnen met eenparigheid van stemmen.
  3. De algemene taken van CIMIN omvatten
    a. politieke controle over EUROGENDFOR uit te oefenen, er strategische leiding aan te geven en te zorgen voor politiek-militaire coördinatie tussen de partijen en, in voorkomend geval, met de bijdragende staten;
    b. Benoeming en leiding van de commandant van het EFG;
    c. Goedkeuring van de rol en de structuur van het permanente hoofdkwartier, alsmede van de criteria voor de roulatie van sleutelposities binnen het permanente hoofdkwartier;
    d. Benoeming van de voorzitter van de financiële raad en vaststelling van de criteria voor het rouleren van de voorzitter;
    e. Toezicht houden op de tenuitvoerlegging van de in dit Verdrag neergelegde doelstellingen;
    f. Goedkeuring van de door de commandant van het EFG voorgestelde doelstellingen en jaarlijkse opleidingsprogramma’s;
    g. Om te beslissen:
    i. de deelname van EUROGENDFOR aan missies ;
    ii. de deelname van bijdragende staten aan EUROGENDFOR-missies
    iii. verzoeken om samenwerking van derde staten, internationale organisaties of anderen;
    h. Ontwikkelen van het kader voor acties die worden uitgevoerd door EUROGENDFOR of op verzoek van de EU, de VN, de OVSE, de NAVO, andere internationale organisaties of een ad hoc coalitie;
    i. het kader van elke missie, in voorkomend geval in overleg met de betrokken internationale organisaties, als volgt vast te stellen
    i. benoeming van de commandant van de EGF-krachten ;
    ii. deelname van het permanente hoofdkwartier aan de commandostructuur;
    j. Goedkeuring van de structuur van het hoofdkwartier van de strijdkrachten;
    k. Aansturen en evalueren van de activiteiten van EUROGENDFOR in geval van inzet;
    l. Besluiten over de noodzaak om de in artikel 12, lid 3, bedoelde veiligheidsovereenkomsten te sluiten.
  4. De CIMIN keurt de belangrijkste maatregelen goed betreffende de administratieve aspecten van het permanente hoofdkwartier en de inzet van EUROGENDFOR, met name de jaarlijkse begroting en andere financiële aangelegenheden, overeenkomstig hoofdstuk X van dit Verdrag.
  5. Het CIMIN, in overeenstemming met zijn specifieke richtlijnen :
    a. nagaan of aan de voorwaarden voor toetreding tot het Verdrag is voldaan, overeenkomstig artikel 42, en haar voorstel ter goedkeuring aan de partijen voorleggen;
    b. Besluiten of hij EUROGENDFOR de status van waarnemer verleent, overeenkomstig artikel 43;
    c. Besluiten of hij overeenkomstig artikel 44 de status van partner in EUROGENDFOR toekent.
  6. De vergaderingen van de CIMIN worden gehouden overeenkomstig het door de CIMIN vastgestelde reglement van orde.

Artikel 8
Commandant van het EFG

De EFG-commandant voert de volgende hoofdtaken uit:
a. Het bevel voeren over het permanente hoofdkwartier en zo nodig de werkingsregels ervan vaststellen;
b. De van CIMIN ontvangen richtlijnen uitvoeren;
c. Op basis van een uitdrukkelijk mandaat van de partijen via CIMIN en namens de CIMIN onderhandelen over overeenkomsten of technische regelingen die nodig zijn voor de goede werking van EUROGENDFOR en voor de organisatie van oefeningen of operaties op het grondgebied van een derde staat, en deze sluiten;
d. Alle nodige maatregelen nemen, in overeenstemming met de wetgeving van de gaststaat, om de orde en de veiligheid in zijn faciliteiten en, indien nodig, buiten zijn faciliteiten te handhaven, met de voorafgaande instemming en bijstand van de autoriteiten van de gaststaat;
e. Opstellen van de begroting voor de gemeenschappelijke uitgaven van EUROGENDFOR en, aan het eind van het begrotingsjaar, het eindverslag over de uitgaven van EUROGENDFOR voor dat jaar;
f. Beveel de EGF strijdkrachten indien nodig.

Artikel 9
Rechtsbevoegdheid

  1. 1. Teneinde zijn doelstellingen te verwezenlijken en de in dit Verdrag uiteengezette taken te vervullen, heeft EUROGENDFOR de rechtsbevoegdheid om op het grondgebied van elke partij contracten af te sluiten. Dienovereenkomstig kan EUROGENDFOR voor een rechtbank verschijnen indien nodig.
  2. 2. Voor de toepassing van lid 1 wordt EUROGENDFOR vertegenwoordigd door de commandant van het EFG of door een andere persoon die specifiek door de commandant van het EFG is aangewezen om namens het EFG op te treden.
  3. De EGF-commandant en de gaststaat kunnen overeenkomen dat de gaststaat bij wege van subrogatie optreedt in alle vorderingen waarbij EUROGENDFOR voor de rechtbanken van die staat partij is. In dat geval zal EUROGENDFOR de gemaakte kosten vergoeden.

Hoofdstuk IV: Permanente hoofdkwartierfaciliteiten

Artikel

Artikel 10
Door het gastland ter beschikking gestelde voorzieningen

  1. 1. De gaststaat verbindt zich ertoe EUROGENDFOR kosteloos de faciliteiten van zijn permanente hoofdkwartier ter beschikking te stellen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn taken. Deze voorzieningen zijn opgenomen in een specifiek document dat door de CIMIN is goedgekeurd.
  2. De gaststaat neemt alle redelijke maatregelen om te voorzien in de nodige diensten voor het permanente hoofdkwartier, met name elektriciteit, water, aardgas, post-, telefoon- en telegraafdiensten, afvalinzameling en brandbeveiliging. De voorwaarden betreffende de ondersteunende diensten van de gaststaat worden nader bepaald in uitvoeringsovereenkomsten tussen de bevoegde autoriteiten van de partijen.

Artikel 11
Toestemming voor toegang

Na ontvangst van een naar behoren gemotiveerd verzoek geeft de commandant van de EHF functionarissen van de bevoegde dienst toestemming om installaties, elektrische netwerken en pijpleidingen van de infrastructuur van het permanente hoofdkwartier te inspecteren, repareren, onderhouden, herbouwen of verplaatsen, op voorwaarde dat dergelijke activiteiten geen belemmering vormen voor de normale werking en veiligheid.

UitklappenHoofdstuk V: Bescherming van informatie

Artikel

Artikel 12
Bescherming van informatie

  1. De grondbeginselen en minimumnormen voor de bescherming van gerubriceerde gegevens en gerubriceerd materiaal worden vastgelegd in een beveiligingsovereenkomst tussen de partijen.
  2. De partijen nemen overeenkomstig hun internationale verplichtingen en hun nationale wet- en regelgeving alle nodige maatregelen om gerubriceerde gegevens en gerubriceerd materiaal die door EUROGENDFOR zijn opgesteld of bij EUROGENDFOR zijn vrijgegeven, te beschermen.
  3. De uitwisseling van gerubriceerde gegevens of gerubriceerd materiaal met derde staten of internationale organisaties wordt geregeld in specifieke beveiligingsovereenkomsten, waarover wordt onderhandeld en die worden ondertekend en goedgekeurd door de partijen.

Hoofdstuk VI: Personeelsbepalingen

Artikel

Artikel 13
Naleving van de vigerende wetgeving

Het EUROGENDFOR-personeel en zijn familieleden houden zich aan de geldende wetgeving van de gaststaat of van de gaststaat. Voorts onthoudt het EUROGENDFOR-personeel zich op het grondgebied van de gast- of vestigingsstaat van alle activiteiten die onverenigbaar zijn met de geest van dit Verdrag.

Artikel 14
Toegang en verblijf

Wat de immigratievoorschriften en de bij de wetgeving inzake binnenkomst en verblijf voorgeschreven formaliteiten betreft, zijn het personeel van de permanente vestiging en de leden van hun gezin niet onderworpen aan de in het gastland voor vreemdelingen geldende voorschriften.

Artikel 15
Juridische en medische aspecten in geval van overlijden

  1. In geval van overlijden van een militair of een burgerpersoneelslid wordt, indien de autoriteiten van de ontvangststaat of van de ontvangststaat in het kader van een gerechtelijke of administratieve procedure een autopsie verlangen, toegestaan dat een vertegenwoordiger van de zendstaat de autopsie bijwoont.
  2. De autoriteiten van het gastland of het gastland geven toestemming voor de overdracht van het stoffelijk overschot aan de staat van herkomst, overeenkomstig de in het gastland of het gastland ter zake geldende voorschriften.

Artikel 16
Uniformen en wapens

  1. 1. Het EUROGENDFOR-personeel draagt zijn uniform overeenkomstig de respectieve nationale voorschriften. De EFG-commandant kan indien nodig specifieke procedures vaststellen.
  2. 2. Het EUROGENDFOR-personeel mag wapens, munitie of andere wapensystemen en explosieven bezitten, dragen of vervoeren, op voorwaarde dat het daartoe gemachtigd is uit hoofde van de op hem toepasselijke voorschriften en in overeenstemming met de wetgeving van de gaststaat en de gastland.

Artikel 17
Rijbewijzen

De door elke partij afgegeven militaire rijbewijzen zijn gelijkelijk geldig op het grondgebied van alle staten die partij zijn bij dit Verdrag en geven de houders ervan het recht alle EUROGENDFOR-voertuigen van de overeenkomstige categorie te besturen tijdens de uitoefening van hun dienst.

Artikel 18
Medische bijstand

  1. 1. Het EUROGENDFOR-personeel en zijn familieleden krijgen medische bijstand onder dezelfde voorwaarden als het personeel van dezelfde rang of van een gelijkwaardige categorie van de gaststaat of de gastheerstaat.
  2. De medische zorg wordt verleend overeenkomstig de door de bevoegde autoriteiten van de partijen vastgestelde regelingen.

Hoofdstuk VII: Voorrechten en immuniteiten

Artikel

Artikel 19
Belastingen en douane

  1. In het kader van hun officieel gebruik zijn de aan EUROGENDFOR toebehorende bezittingen, inkomsten en andere eigendommen vrijgesteld van alle directe belastingen.
  2. De aankoop van aanzienlijke hoeveelheden goederen en diensten door EUROGENDFOR voor zijn officieel gebruik wordt vrijgesteld van omzetbelasting en van alle indirecte belastingen.
  3. De invoer van goederen en koopwaar die de EUROGENDFOR nodig heeft voor zijn officieel gebruik, is vrijgesteld van douanerechten en andere indirecte belastingen.
  4. Voertuigen van de EUROGENDFOR voor officieel gebruik zijn vrijgesteld van de belasting op de inschrijving van voertuigen.
  5. 4. De bepalingen van de leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op EGF-krachten.
  6. Aankoop en invoer van brandstof en smeermiddelen die EUROGENDFOR nodig heeft voor zijn officieel gebruik, zijn vrijgesteld van douanerechten en andere indirecte belastingen. Deze vrijstelling geldt niet voor aankopen en invoer door EGF-strijdkrachten op hun eigen grondgebied.
  7. Goederen en koopwaar die zijn aangekocht of ingevoerd en overeenkomstig de bepalingen van dit artikel zijn vrijgesteld of terugbetaald, mogen slechts worden overgedragen of ter beschikking gesteld van een derde, kosteloos of tegen betaling, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld door de partij die de vrijstellingen of terugbetalingen heeft verleend.
  8. In geen geval heeft EUROGENDFOR recht op vrijstelling van belastingen en rechten die een vergoeding vormen voor diensten van openbaar nut.
  9. Voor de aankoop van militair materieel en militaire uitrusting mag geen vrijstelling van rechten of belastingen, van welke aard ook, worden verleend.

Artikel 20
Individuele voorrechten

  1. 1. Het in artikel 3, onder c), bedoelde EUROGENDFOR-personeel dat geen vaste inwoner of onderdaan van de gaststaat is op het tijdstip van zijn eerste aankomst op het grondgebied van die staat om er zijn werkzaamheden te verrichten, mag binnen een jaar na zijn eerste aankomst en in ten hoogste twee zendingen zijn persoonlijke bezittingen en inboedel, met inbegrip van een motorvoertuig, vrij van rechten en andere indirecte belastingen invoeren uit de staat waar hij het laatst verbleef of uit de staat waarvan hij onderdaan is, dan wel voor een aanzienlijk bedrag dergelijke goederen vrij van omzetbelasting aanschaffen in het gastland.
  2. Het bepaalde in lid 1 is slechts van toepassing indien het personeelslid voor een periode van ten minste één jaar wordt aangesteld.
  3. Voor de toepassing van dit artikel moet de betrokkene binnen een jaar na zijn eerste aankomst een verzoek indienen bij de autoriteiten van het gastland.
  4. 2. De in lid 1 bedoelde goederen die vrij van douanerechten zijn ingevoerd, mogen vrij wederuitgevoerd worden.
  5. 2. De in lid 1 bedoelde motorvoertuigen en de in een andere lidstaat van de Europese Unie geregistreerde motorvoertuigen, met een maximum van één voertuig per lid van het hierboven bedoelde personeel, zijn vrijgesteld van registratiebelasting voor de duur van de dienst in het gastland.

Artikel 21
Onschendbaarheid van installaties, gebouwen en archieven

  1. 1. De installaties en gebouwen van EUROGENDFOR zijn onschendbaar op het grondgebied van de partijen.
  2. 2. De autoriteiten van de partijen mogen de in lid 1 bedoelde voorzieningen en gebouwen niet betreden zonder voorafgaande toestemming van de commandant van het EFG of, in voorkomend geval, de commandant van de troepen. Deze toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven in geval van een natuurramp, brand of een andere gebeurtenis die onmiddellijke beschermingsmaatregelen vereist. In andere gevallen onderzoekt de commandant van het EFG of, in voorkomend geval, de commandant van de troepenmacht zorgvuldig het verzoek van de autoriteiten van de partijen om toestemming tot toegang tot installaties en gebouwen, zonder afbreuk te doen aan de belangen van EUROGENDFOR.
  3. Het archief van EUROGENDFOR is onschendbaar. De onschendbaarheid van het archief geldt voor alle transcripties, correspondentie, foto’s, manuscripten, films, opnames, documenten, computergegevens en -bestanden, en alle andere gegevens die in het bezit zijn van of eigendom zijn van EUROGENDFOR, waar deze zich ook bevinden op het grondgebied van de partijen.

Artikel 22
Immuniteit van executie

De eigendommen en fondsen van EUROGENDFOR en de aan EUROGENDFOR voor officieel gebruik ter beschikking gestelde activa, ongeacht waar deze zich bevinden en door wie ze worden gehouden, genieten immuniteit van alle executoriale maatregelen die op het grondgebied van de partijen van kracht zijn.

Artikel 23
Communicatieaspecten

  1. De partijen nemen alle redelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat de officiële mededelingen van EUROGENDFOR correct worden overgebracht.
  2. EUROGENDFOR heeft het recht gecodeerde berichten te ontvangen en te verzenden, en officiële correspondentie en pakjes te verzenden en te ontvangen per koerier of in verzegelde tassen, die niet mogen worden geopend of in beslag genomen.
  3. 3. Mededelingen gericht aan of ontvangen door EUROGENDFOR zijn niet onderworpen aan interceptie of verstoring.

Artikel 24
Fiscale woonplaats

Met het oog op de heffing van belastingen naar het inkomen en het vermogen wordt het personeel van het hoofdkantoor dat zich uitsluitend uit hoofde van de uitoefening van zijn taken in dienst van het hoofdkantoor in de gaststaat vestigt, geacht zijn fiscale woonplaats te hebben behouden in de staat van herkomst die de bezoldiging uitbetaalt voor de in het hoofdkantoor verrichte dienst. Deze bepaling is ook van toepassing op familieleden die in de gaststaat geen beroeps- of handelsactiviteiten uitoefenen.

Hoofdstuk VIII: Bepalingen betreffende de bevoegdheid en tuchtrechtelijke bevoegdheden

Artikel

Artikel 25
Strafrechtelijke en tuchtrechtelijke bevoegdheid

  1. De autoriteiten van de zendstaat hebben het recht alle strafrechtelijke rechtsmacht en disciplinaire bevoegdheden uit te oefenen die hun door de wetgeving van de zendstaat zijn toegekend met betrekking tot militairen en burgerpersoneel, wanneer zij op grond van hun inzet bij deze strijdkrachten onderworpen zijn aan de wetgeving die van toepassing is op alle of een deel van de politiediensten met militaire status van de zendstaat.
  2. De autoriteiten van de gaststaat of de staat van ontvangst hebben het recht rechtsmacht uit te oefenen over militairen en leden van het burgerpersoneel en hun gezinnen met betrekking tot strafbare feiten die op hun respectieve grondgebied zijn gepleegd en die volgens het recht van die staat strafbaar zijn.
  3. De autoriteiten van de zendstaat hebben het recht exclusieve rechtsmacht uit te oefenen over militairen en leden van het burgerpersoneel die uit hoofde van hun inzet bij strijdkrachten onderworpen zijn aan het recht dat van toepassing is op alle of een deel van de politiediensten met militaire status, ter zake van feiten die volgens het recht van die staat strafbaar zijn, met inbegrip van feiten die nadelig zijn voor zijn veiligheid, maar die niet strafbaar zijn volgens het recht van de gaststaat of de ontvangststaat.
  4. De autoriteiten van de gaststaat of de ontvangststaat hebben het recht exclusieve rechtsmacht uit te oefenen over militairen en leden van het burgerpersoneel en hun familieleden met betrekking tot strafbare feiten, waaronder strafbare feiten tegen de veiligheid van de gaststaat of de ontvangststaat, die volgens de wetten van die staat strafbaar zijn, maar niet strafbaar zijn volgens de wetten van de zendstaat.
  5. In geval van samenloop van bevoegdheid zijn de volgende regels van toepassing:
    a. De bevoegde autoriteiten van de zendstaat hebben het recht bij voorrang rechtsmacht uit te oefenen over militairen en leden van het burgerpersoneel wanneer zij op grond van hun inzet bij dergelijke strijdkrachten onderworpen zijn aan het recht dat van toepassing is op alle of een deel van de politiediensten met militaire status van de zendstaat, ter zake van :
    i. strafbare feiten die uitsluitend gericht zijn tegen de veiligheid of de eigendom van die staat of strafbare feiten die uitsluitend gericht zijn tegen de persoon of de eigendom van het militair of burgerpersoneel van die staat of een lid van hun familie ;
    ii. strafbare feiten die voortvloeien uit enig handelen of nalaten in de uitoefening van de functie;
    b. In geval van ieder ander strafbaar feit hebben de autoriteiten van het gastland of het gastland het recht bij voorrang hun rechtsmacht uit te oefenen;
    c. Indien de staat die het recht heeft bij voorrang rechtsmacht uit te oefenen, besluit daarvan af te zien, stelt hij de autoriteiten van de andere staat daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. De autoriteiten van de staat die bij voorrang bevoegd is, nemen de verzoeken van de autoriteiten van de andere staat om van dit recht af te zien in welwillende overweging, wanneer die andere staat van oordeel is dat een dergelijke afstand van bijzonder belang is.
  6. Voor de toepassing van de leden 3, 4 en 5 worden onder meer als strafbare feiten tegen de veiligheid van een staat beschouwd
    a. Verraad;
    b. Sabotage, spionage of schending van de wet op de staatsgeheimen of de nationale defensie van die staat.
  7. De bepalingen van dit artikel geven de autoriteiten van de zendstaat niet het recht rechtsmacht uit te oefenen over personen die onderdaan zijn van of gewoonlijk verblijven in de gaststaat of de ontvangststaat, tenzij zij leden zijn van de krijgsmacht van de zendstaat.

Artikel 26
Wederzijdse rechtshulp

  1. 1. De partijen verlenen elkaar bijstand bij de arrestatie van leden van een krijgsmachtdeel of een civiel deel daarvan of van hun gezinsleden op het grondgebied van het gastland of het ontvangstland en bij hun overlevering aan de autoriteit die overeenkomstig de bovenstaande bepalingen bevoegd is.
  2. De autoriteiten van de ontvangende staat stellen de militaire autoriteiten van de zendstaat zo spoedig mogelijk in kennis van de aanhouding van een lid van een strijdmacht of van een civiel onderdeel daarvan, of van een lid van zijn familie.
  3. De hechtenis van een lid van een strijdmacht of een civiel onderdeel waarover de gaststaat of de ontvangststaat zijn rechtsmacht heeft uitgeoefend en die in handen is van de autoriteiten van de zendstaat, blijft in handen van die autoriteiten totdat de gaststaat of de ontvangststaat een rechtsvervolging tegen hem heeft ingesteld.
  4. 4. De partijen verlenen elkaar bijstand bij het verrichten van onderzoek, het verzamelen van bewijsmateriaal, met inbegrip van de inbeslagneming en, in voorkomend geval, de overhandiging van voorwerpen en voorwerpen van het strafbare feit. De overhandiging van in beslag genomen voorwerpen kan evenwel afhankelijk worden gesteld van de teruggave daarvan binnen een door de overdragende autoriteit bepaalde termijn.
  5. In geval van samenloop van jurisdicties stellen de partijen elkaar in kennis van het resultaat van de zaken.
  6. De autoriteiten van de staat van ontvangst of van het gastland nemen verzoeken van de autoriteiten van de zendstaat om bijstand bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen, die op het grondgebied van de staat van ontvangst of van het gastland zijn opgelegd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, in welwillende overweging.

Artikel 27
Repatriëring, afwezigheid en verwijdering

  1. Wanneer een lid van het EUROGENDFOR-personeel niet langer deel uitmaakt van zijn strijdkrachten en niet wordt gerepatrieerd, stellen de autoriteiten van de zendstaat de autoriteiten van de gaststaat of de ontvangststaat hiervan onmiddellijk in kennis en verstrekken zij alle relevante informatie.
  2. De autoriteiten van de zendstaat stellen ook de autoriteiten van de gast- of ontvangststaat in kennis van elke illegale afwezigheid van meer dan 21 dagen.
  3. Indien de gaststaat of de staat van ontvangst de verwijdering van een EUROGENDFOR-personeelslid van zijn grondgebied eist of een uitwijzingsbevel tegen een EUROGENDFOR-personeelslid of een lid van diens gezin heeft uitgevaardigd, ontvangen de autoriteiten van de zendstaat de betrokkene op hun eigen grondgebied of staan zij hem toe het grondgebied van de gaststaat of de staat van ontvangst te verlaten.

Hoofdstuk IX: Schade

Artikel

Artikel 28
Ontheffing

  1. 1. Elke partij doet afstand van elke vordering tegen een andere partij wegens schade aan haar eigendommen die gebruikt zijn bij de voorbereiding en uitvoering van de in dit verdrag bedoelde missies, waaronder begrepen tijdens oefeningen:
    a. Indien deze schade wordt veroorzaakt door EUROGENDFOR-personeel bij de uitoefening van zijn taken uit hoofde van dit Verdrag; of
    b. Indien de schade is veroorzaakt door een voertuig, vaartuig, luchtvaartuig, wapen of andere uitrusting van de andere Partij en gebruikt door haar diensten, op voorwaarde dat het voertuig, vaartuig, luchtvaartuig, wapen of de uitrusting die de schade heeft veroorzaakt, gebruikt werd binnen het toepassingsgebied van dit Verdrag, of dat de schade is veroorzaakt aan goederen die onder dezelfde omstandigheden zijn gebruikt.
  2. Elke partij doet afstand van haar recht om schadevergoeding te eisen van een andere partij wanneer een personeelslid van EUROGENDFOR tijdens de uitoefening van zijn dienst gewond is geraakt of is overleden.
  3. De in de leden 1 en 2 bedoelde verklaring van afstand is niet van toepassing indien de schade, het letsel of het overlijden werd veroorzaakt door grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van het personeel van een van de partijen, in welk geval de in verband met deze schade gemaakte kosten door die partij zullen worden betaald.
  4. Onverminderd de in lid 3 bedoelde uitzondering ziet elk van de partijen af van elke eis tot schadevergoeding wanneer de waarde van de schade lager is dan een door het CIMIN vast te stellen bedrag.

Artikel 29
Schade aan derden

  1. 1. In geval van schade veroorzaakt aan een derde of aan de eigendom van een derde door een lid of eigendom van een van beide partijen bij de uitvoering van opdrachten krachtens dit verdrag, waaronder oefeningen, wordt de vergoeding voor die schade verdeeld tussen de partijen in overeenstemming met de voorwaarden en bepalingen genoemd in de uitvoeringsovereenkomsten en -regelingen bedoeld in artikel 45 van hoofdstuk XI en in overeenstemming met de volgende bepalingen:
    a. Vorderingen worden ingediend, onderzocht en beslist overeenkomstig de wet- en regelgeving van de gaststaat of de ontvangende staat met betrekking tot vorderingen die voortvloeien uit de activiteiten van EUROGENDFOR;
    b. De gastheer of -staat kan over deze schade beslissen; hij betaalt het overeengekomen of vastgestelde bedrag in euro;
    c. Deze betaling, ongeacht of zij voortvloeit uit de rechtstreekse afdoening van de zaak dan wel uit een beslissing van de bevoegde rechter van de gaststaat of de staat van ontvangst, of uit de definitieve beslissing van diezelfde rechter waarbij de vordering wordt afgewezen, is voor de betrokken partijen definitief bindend;
    d. Elke vergoeding betaald door het gastland en het ontvangende land wordt medegedeeld aan de betrokken Staten van oorsprong, die tegelijkertijd een gedetailleerd verslag en een voorstel voor verdeling, opgesteld overeenkomstig dit artikel, ontvangen. Indien binnen twee maanden geen antwoord is ontvangen, wordt het voorstel geacht te zijn aanvaard.
  2. Indien deze aansprakelijkheid evenwel voortvloeit uit grove nalatigheid of opzettelijk wangedrag van een lid van het personeel van een van de partijen, worden de uit deze aansprakelijkheid voortvloeiende kosten door die partij alleen gedragen.
  3. Tegen een lid van het EUROGENDFOR-personeel kan geen executoriale titel worden verkregen indien in de gaststaat of de ontvangststaat tegen hem een vonnis is uitgesproken dat betrekking heeft op een zaak in verband met de uitoefening van zijn functie.
  4. Niettegenstaande de persoonlijke aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt aan een derde of aan de eigendom van een derde door een persoon of eigendom van een van de partijen die niet werd begaan in de uitvoering van de dienst, worden vorderingen tot vergoeding van dergelijke schade als volgt afgehandeld
    a. De autoriteiten van het gastland of het ontvangstland onderzoeken de vordering en stellen op rechtvaardige en billijke wijze de aan de eiser verschuldigde schadevergoeding vast, waarbij zij rekening houden met alle omstandigheden van de zaak, met inbegrip van het gedrag en de houding van de benadeelde persoon, en stellen een verslag van de zaak op;
    b. Dit verslag wordt toegezonden aan de autoriteiten van de staat van herkomst, die vervolgens onverwijld beslissen of zij een vergoeding zullen toekennen en, zo ja, voor welk bedrag;
    c. Indien een aanbod tot schadeloosstelling om niet wordt gedaan en door de eiser als volledige schadeloosstelling wordt aanvaard, verrichten de autoriteiten van de staat van herkomst zelf de betaling en stellen zij de autoriteiten van het gastland en het ontvangstland in kennis van hun besluit en van het bedrag van de betaling;
    d. De bepalingen van dit lid laten de bevoegdheid van de rechtbanken van de gaststaat of de gaststaat onverlet om uitspraak te doen over een eventuele vordering tegen een personeelslid van EUROGENDFOR, tenzij een met volledige schadevergoeding gelijkstaande betaling is verricht.

Artikel 30
Onderzoek van de omstandigheden

Onverminderd artikel 31, zal de CIMIN, indien er enige twijfel bestaat over de vraag of de schade is veroorzaakt tijdens de uitvoering van de dienst, een besluit nemen na bestudering van het gedetailleerde rapport dat is opgesteld door de EHF-commandant.

Artikel 31
Oefeningen en operaties

In geval van een oefening of operatie op het grondgebied van een derde staat kan de wijze van verdeling van de vergoeding tussen de partijen en, in voorkomend geval, de bijdragende staten worden vastgesteld in een ad hoc-regeling betreffende de oefening of operatie.

Artikel 32
Wetenschappelijke of technische deskundigen

De bepalingen van de hoofdstukken VIII en IX van dit Verdrag zijn eveneens van toepassing op onderdanen van de partijen die geen militair of burgerpersoneel zijn, maar die een specifieke technische of wetenschappelijke missie uitvoeren in het kader van EUROGENDFOR, en zulks uitsluitend voor de duur van de missie.

Hoofdstuk X: Bepalingen betreffende financiering en eigendomsrechten

Artikel

Artikel 33
Financiële Raad

  1. Er wordt een Financiële Raad ingesteld, bestaande uit een door elke partij aangewezen financieel deskundige.
  2. De Financiële Raad is belast met de volgende taken
    a. Adviseren van CIMIN over financiële en budgettaire aangelegenheden;
    b. Tenuitvoerlegging van financiële, contractuele en budgettaire procedures en, indien nodig, voorstellen tot wijziging van de verdeelsleutel die door de CIMIN moet worden goedgekeurd;
    c. de door de EFG-commandant voorgestelde ontwerp-begroting en uitgavenplanning voor de middellange termijn, die door de CIMIN moeten worden goedgekeurd, evalueren
    d. het door de commandant van het EFG opgestelde jaarverslag over het eindsaldo van de uitgaven van elk begrotingsjaar te evalueren en de CIMIN te adviseren over de goedkeuring ervan;
    e. In noodgevallen, aanvullende uitgaven goedkeuren, die niet meer dan 10% van het betrokken hoofdstuk mogen bedragen, bij delegatie door het CIMIN. De Financiële Raad zal in de volgende CIMIN-vergadering verslag uitbrengen;
    f. Financiële geschillen regelen. Indien de Financiële Raad er niet in slaagt het geschil op te lossen, wordt het ter beslechting aan de CIMIN voorgelegd;
    g. Voorstellen aan CIMIN om een audit uit te voeren van de gemeenschappelijke kosten van EUROGENDFOR. CIMIN zal bepalen hoe de audit moet worden uitgevoerd.
  3. De werkwijze van de Financiële Raad en het tijdschema voor de indiening, de behandeling en de goedkeuring van de ontwerpbegroting van EUROGENDFOR worden vastgelegd in het financieel reglement dat door de CIMIN moet worden goedgekeurd.

Artikel 34
Uitgaven

  1. Er zijn drie verschillende soorten uitgaven in verband met de activiteiten van EUROGENDFOR:
    a. Gemeenschappelijke kosten ;
    b. Uitgaven van het gastland voor de permanente hoofdzetel;
    c. Nationale uitgaven.
  2. De verschillende soorten uitgaven en hun financieringswijze worden omschreven in het financieel reglement van EUROGENDFOR, dat door de CIMIN moet worden goedgekeurd.

Artikel 35
Begroting

  1. De jaarlijkse begroting van EUROGENDFOR voor gemeenschappelijke kosten, berekend in euro, omvat inkomsten en uitgaven.
  2. De uitbetalingen bestaan enerzijds uit investerings- en operationele kosten voor het permanente hoofdkwartier en anderzijds uit uitgaven die door de partijen zijn goedgekeurd en in het kader van de activiteiten van EUROGENDFOR zijn gedaan.
  3. De inkomsten worden verkregen uit de bijdragen van de partijen overeenkomstig de door hen in het financieel reglement van EUROGENDFOR vast te stellen criteria.
  4. Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december.

Artikel 36
Audits

Om hun controletaken ten aanzien van de nationale regeringen te kunnen uitvoeren en verslag te kunnen uitbrengen aan hun parlementen onder de in hun statuten neergelegde voorwaarden, kunnen de nationale controleurs alle informatie verkrijgen en alle documenten in het bezit van het personeel van EUROGENDFOR inzien.

Artikel 37
Overheidsopdrachten

  1. 1. EUROGENDFOR kan overheidsopdrachten gunnen overeenkomstig de in de Europese Unie geldende beginselen.
  2. De communautaire regels inzake overheidsopdrachten zijn van toepassing onder de volgende voorwaarden:
    a. De verantwoordelijke voor de gunning van overheidsopdrachten is de commandant van het EFG;
    b. Tegen het besluit tot gunning van een opdracht kan beroep worden aangetekend bij CIMIN, dat binnen een maand een besluit neemt.
  3. Onverminderd de bovenstaande voorwaarden zijn concurrenten uitgesloten van deelneming aan overheidsopdrachten:
    a. indien zij goederen of diensten aanbieden uit een staat waarmee een der partijen geen diplomatieke betrekkingen onderhoudt;
    b. indien zij, direct of indirect, doelstellingen nastreven die een van de partijen strijdig acht met haar wezenlijke belangen op het gebied van veiligheid of buitenlands beleid.

Hoofdstuk XI: Slotbepalingen

Artikel

Artikel 38
Talen

De officiële talen van EUROGENDFOR zijn die van de partijen. Er kan een gemeenschappelijke werktaal worden gebruikt.

Artikel 39
Beslechting van geschillen

Geschillen tussen de partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag worden beslecht door onderhandelingen.

Artikel 40
Wijzigingen

  1. Op voorstel van een van de partijen kan dit Verdrag te allen tijde met instemming van alle partijen worden gewijzigd.
  2. Elke wijziging treedt in werking overeenkomstig de bepalingen van artikel 46 van dit Verdrag.

Artikel 41
Terugtrekking

  1. 1. Elke Partij kan te allen tijde uit dit Verdrag treden door voorafgaande schriftelijke kennisgeving aan de Depositaris.
  2. 2. De opzegging wordt van kracht twaalf maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de depositaris of op een latere datum die in de kennisgeving van opzegging kan worden vermeld.

Artikel 42
Accessie

  1. Elke lidstaat van de Europese Unie die een politiedienst met militaire status heeft, kan de CIMIN verzoeken tot dit Verdrag toe te treden. Na ontvangst van de goedkeuring van de Partijen overeenkomstig artikel 7, lid 5, onder a), stelt CIMIN de verzoekende Staat in kennis van de beslissing van de Partijen.
  2. De toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de depositaris van het Verdrag, die elke partij en de toetredende staat in kennis stelt van de datum van nederlegging van deze akte.
  3. Voor elke staat waarvoor een akte van toetreding is neergelegd, treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van de kennisgeving door de depositaris aan de partijen.

Artikel 43
Status van waarnemer

  1. 1. Landen die het lidmaatschap van de Europese Unie hebben aangevraagd en die beschikken over een politiemacht met militaire status, kunnen de status van waarnemer aanvragen. Lidstaten van de Europese Unie die een politiemacht met militaire status hebben, kunnen ook de status van waarnemer aanvragen als eerste stap op weg naar toetreding.
  2. 2. De status van waarnemer omvat het recht om een verbindingsofficier bij het permanente hoofdkwartier te detacheren, overeenkomstig de door de CIMIN goedgekeurde regels.

Artikel 44
Partnerstatus

  1. EU-lidstaten en kandidaat-lidstaten die beschikken over een strijdmacht met militaire status en enige politiebevoegdheden, kunnen een aanvraag indienen voor de status van partner.
  2. De CIMIN stelt de specifieke rechten en plichten van de partners vast.

Artikel 45
Uitvoering van overeenkomsten of regelingen

Dit Verdrag kan worden aangevuld met een of meer specifieke uitvoeringsovereenkomsten of -regelingen.

Artikel 46
Inwerkingtreding

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand die volgt op de datum van kennisgeving aan de partijen van de nederlegging van de laatste akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

Artikel 47
Depositaris

De regering van de Italiaanse Republiek is depositaris en stelt alle ondertekenende en toetredende staten in kennis van de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring, toetreding of terugtrekking.
Ondertekend te Velsen, op 18 oktober 2007, in één exemplaar in de Nederlandse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek; dit origineel wordt nedergelegd bij de regering van de Italiaanse Republiek. De Regering van de Italiaanse Republiek zendt gewaarmerkte afschriften toe aan alle Partijen.

Gedaan op 4 september 2012.

François Hollande

Voor de president van de republiek:

De minister-president,
Jean-Marc Ayrault
De minister van Buitenlandse Zaken,
Laurent Fabius

(1) Dit verdrag is op 1 juni 2012 in werking getreden.

—————————————————————————————————

Copyright © 2021 door Zorgdatjenietslaapt.nl. Toestemming tot gehele of gedeeltelijke herdruk wordt graag verleend, mits volledige creditering en een directe link worden gegeven.

Mijn lichaam is geen eigendom van de staat. Ik heb de uitsluitende en exclusieve autonomie over mijn lichaam en geen enkele politicus, ambtenaar of arts heeft het wettelijke of morele recht om mij te dwingen een niet-gelicentieerd, experimenteel vaccin of enige andere medische behandeling of procedure te ondergaan zonder mijn specifieke en geïnformeerde toestemming. De beslissing is aan mij en aan mij alleen en ik zal mij niet onderwerpen aan chantage door de overheid of emotionele manipulatie door de media, of zogenaamde celebrity influencers.

Geef een antwoord