Resolutie 2361/2021

Als het de regenten zo uitkomt schuiven ze de hen niet welgezinde resoluties even terzijde, en dan gaat het vooral om resoluties die uw en mijn vrijheid en gezondheid waarborgen. Spreek regelmatig mensen met mondmasker aan over de gevaren waaraan zij zich blootstellen, steevast blijkt dat ze het schaap zijn makkelijker vinden, dan hoeven ze geen confrontatie aan te gaan. Iets wat men juist wel zou moeten doen, want ondanks de valse belofte dat men na vaccinatie weer zijn/haar vrijheid terug zou hebben is dus gelogen.

Ondanks dat je geïnjecteerd bent met een experiment moet je nog steeds 1.5m afstand houden, moet je nog steeds een koffiefilter voor je mond binden, kun je nog steeds besmet worden. Bovenal worden alle wakkeren en Ik die uit burgerlijke ongehoorzaamheid handelen nog steeds gediscrimineerd, uitsluiting is ook discriminatie wat volgens art 1 van de GW verboden is.

De 5e mei van dit jaar voelde voor mij niet als Bevrijdingsdag, wij zijn opnieuw bezet. Bezet door de waanzin die door de regenten het OMT, het RIVM, bestendigd blijft vooral omdat men hier kijkt wat mutti Merkel met haar door de corona bug geïnfecteerde brein nu weer bedenkt aan onderdrukkingsmaatregelen.

WHO zegt paspoorten voor vaccins niet te zullen aanmoedigen om “ethische of wetenschappelijke” redenen

Dit zou de ongerechtigheden doen toenemen en als er één ding is dat we van de Covid-19 pandemie hebben geleerd, is het dat de kwetsbare mensen onevenredig zwaar werden getroffen”.

Eleanor Sly@eleanor_sly Thursday 18 March 2021 13:11

<p>The WHO cited a number of scientific and ethical reasons for their concern around ‘vaccine passports’</p>

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft aangekondigd dat zij het gebruik van “vaccinpaspoorten” niet zal aanmoedigen. Zij voert hiervoor een combinatie aan van zowel “ethische als wetenschappelijke” redenen.

Dr. Hans Kluge vertelde donderdag tijdens een persconferentie dat het gebruik van vaccinpaspoorten “om een aantal redenen geen vereiste zou moeten zijn”.

Dr. Kluge legde uit hoe de WHO van mening was dat een vaccinpaspoort “de ongelijkheid” tussen mensen zou vergroten.

De regionaal directeur van de WHO in Europa legde verder uit hoe vaccinpaspoorten ook om een aantal wetenschappelijke redenen niet zouden kunnen werken.

Hij noemde de bezorgdheid over de duur van de immuniteit tegen het Covid-19-vaccin en de bezorgdheid over het feit dat degenen die gevaccineerd zijn het virus nog steeds kunnen doorgeven.

Hij zei: “We weten nog niet zeker hoe lang de immuniteit duurt als iemand eenmaal het Covid-19-vaccin heeft gekregen en paradoxaal genoeg kun je, als je het vaccin hebt gekregen, wel beschermd zijn maar toch de infectie kunnen overdragen.”

Een vaccinpaspoort, ook bekend als een “Covid-gezondheidscertificaat”, is een document dat het bewijs bevat dat de houder het Covid-19-vaccin heeft gehad, het resultaat van een coronavirustest laat zien, voor degenen die het vaccin nog moeten krijgen, of aantoont dat een persoon eerder Covid heeft gehad en daarvan is hersteld.

Momenteel bestaat er geen universeel vaccinpaspoort en daarom hebben reisorganisaties, afzonderlijke landen en zelfs de Europese Unie hun eigen versies ontwikkeld.

Het gaat onder meer om het “digitale groene certificaat” van de EU, waarmee in de EU-lidstaten wonende personen zich binnen de EU kunnen verplaatsen. Deze regeling zal ook beschikbaar zijn voor niet-EU-burgers in landen waar reizen naar de EU is toegestaan.

Vaccinpaspoorten zouden kunnen worden gebruikt om mensen weer toe te laten tot restaurants, bars, festivals en in vliegtuigen.

De stap naar vaccinpaspoorten wordt echter als oneerlijk beschouwd, met name voor ontwikkelingslanden waarvan wordt voorspeld dat zij het vaccin pas enige tijd na de meer ontwikkelde landen van de wereld zullen ontvangen.

Dr. Kluge legt uit: “Er is een wereldwijd tekort aan vaccins, dus dit zou de onrechtvaardigheden vergroten en als er één ding is dat we van de Covid-19 pandemie hebben geleerd, is het dat de kwetsbare mensen onevenredig zwaar werden getroffen.”

Resolutie 2361/2021

Covid-19 vaccins: ethische, juridische en praktische overwegingen

Resolutie 2361 (2021)

Auteur(s):

Oorsprong

Parlementaire Vergadering

Debat in de Vergadering op 27 januari 2021 (5e zitting) (zie Doc. 15212, verslag van de Commissie sociale zaken, volksgezondheid en duurzame ontwikkeling, rapporteur: mevrouw Jennifer De Temmerman). Tekst aangenomen door de Vergadering op 27 januari 2021 (5e zitting).

1. De pandemie van Covid-19, een infectieziekte veroorzaakt door het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2, heeft in 2020 veel leed veroorzaakt. Tegen december 2020 waren er wereldwijd meer dan 65 miljoen gevallen geregistreerd en meer dan 1,5 miljoen levens verloren gegaan. De ziektelast van de pandemie zelf en de volksgezondheidsmaatregelen die nodig waren om de pandemie te bestrijden, hebben de wereldeconomie verwoest, waarbij reeds bestaande breuklijnen en ongelijkheden (ook wat betreft de toegang tot gezondheidszorg) werden blootgelegd en werkloosheid, economische achteruitgang en armoede werden veroorzaakt.

2. Een snelle wereldwijde inzet van veilige en efficiënte vaccins tegen Covid-19 zal van essentieel belang zijn om de pandemie in te dammen, de gezondheidszorg te beschermen, levens te redden en de wereldeconomieën te helpen herstellen. Hoewel niet-farmaceutische interventies zoals fysieke afstand, het gebruik van gezichtsmaskers, frequent handen wassen, alsook sluitingen en vergrendelingen, hebben geholpen om de verspreiding van het virus te vertragen, stijgen de infectiecijfers nu opnieuw over het grootste deel van de wereld. Veel lidstaten van de Raad van Europa hebben te maken met een tweede golf die erger is dan de eerste, terwijl hun bevolking steeds meer “pandemie-moe” wordt en zich gedemotiveerd voelt om de aanbevolen gedragslijn te volgen om zichzelf en anderen tegen het virus te beschermen.

3. Zelfs snel inzetbare, veilige en doeltreffende vaccins zijn echter geen onmiddellijk wondermiddel. Na de feestdagen eind 2020 en begin 2021, met zijn traditionele bijeenkomsten binnenshuis, zullen de infectiecijfers in de meeste lidstaten waarschijnlijk zeer hoog zijn. Bovendien is onlangs door Franse artsen wetenschappelijk vastgesteld dat er een verband bestaat tussen de buitentemperatuur en de incidentie van de ziekte bij ziekenhuisopnames en sterfgevallen. De vaccins zullen deze winter waarschijnlijk niet volstaan om de infectiecijfers aanzienlijk te doen dalen – vooral niet als men rekening houdt met het feit dat de vraag op dit ogenblik veel groter is dan het aanbod. Het zal dus op zijn vroegst medio of eind 2021 mogelijk zijn om zelfs in de beste omstandigheden de schijn van een “normaal leven” te hervatten.

4. Willen de vaccins doeltreffend zijn, dan is het van cruciaal belang dat zij met succes worden ingezet en in voldoende mate ingang vinden. De snelheid waarmee de vaccins worden ontwikkeld, kan echter een gevoel van wantrouwen veroorzaken dat moeilijk te bestrijden is. Een billijke verspreiding van de Covid-19-vaccins is ook nodig om de doeltreffendheid ervan te garanderen. Indien zij niet wijd genoeg verspreid zijn in een zwaar getroffen gebied van een land, worden de vaccins ondoeltreffend om het tij van de pandemie te keren. Bovendien kent het virus geen grenzen en is het dus in het belang van elk land om mee te werken aan een wereldwijde gelijke toegang tot Covid-19-vaccins. Aarzeling en nationalisme op het gebied van vaccins kunnen de tot dusver verrassend snelle en succesvolle vaccinatie tegen Covid-19 doen ontsporen, doordat het SARS-CoV-2-virus kan muteren en zo het meest doeltreffende instrument ter wereld tegen de pandemie tot dusverre kan ondermijnen.

5. Internationale samenwerking is dus nu meer dan ooit nodig om de ontwikkeling, productie en eerlijke en billijke distributie van Covid-19 -vaccins te versnellen. De COVAX-faciliteit is het toonaangevende initiatief voor de wereldwijde toewijzing van en toegang tot vaccins. COVAX, dat gezamenlijk wordt geleid door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Vaccine Alliance (Gavi) en de Coalition for Epidemic Preparedness Innovations (CEPI), maakt gebruik van financiering door de landen die zich hebben aangesloten om het onderzoek, de ontwikkeling en de productie van een breed scala van Covid-19-vaccins te ondersteunen en over de prijs ervan te onderhandelen. Een adequaat beheer van de vaccins en een adequate logistiek van de toeleveringsketen, die internationale samenwerking en voorbereiding van de lidstaten vergen, zullen ook nodig zijn om de vaccins op een veilige en billijke manier te kunnen leveren. In dit verband vestigt de Parlementaire Vergadering de aandacht op de door de WHO ontwikkelde richtsnoeren voor landen met betrekking tot de paraatheid, de uitvoering en de besluitvorming van het programma op nationaal niveau.

6. De lidstaten moeten nu reeds hun immunisatiestrategieën voorbereiden om de doses op ethische en billijke wijze toe te wijzen, waarbij zij onder meer moeten beslissen welke bevolkingsgroepen in de beginfase, wanneer er een tekort is, prioriteit moeten krijgen en hoe de vaccinatie moet worden uitgebreid naarmate de beschikbaarheid van een of meer Covid-19 -vaccins verbetert. Bio-ethici en economen zijn het er grotendeels over eens dat personen ouder dan 65 jaar, personen jonger dan 65 jaar met onderliggende gezondheidsaandoeningen waardoor zij een hoger risico lopen ernstig ziek te worden of te overlijden, gezondheidswerkers (vooral degenen die nauw samenwerken met personen die tot de risicogroepen behoren) en mensen die werkzaam zijn in essentiële infrastructuur prioriteit moeten krijgen bij de vaccinatie. Kinderen, zwangere vrouwen en zogende moeders, voor wie tot dusver geen vaccin is toegelaten, mogen niet worden vergeten.

7. Wetenschappers hebben in recordtijd een opmerkelijke prestatie geleverd. Het is nu aan de regeringen om te handelen. De Vergadering steunt de visie van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties dat een vaccin tegen Covid-19 een mondiaal collectief goed moet zijn. Immunisatie moet beschikbaar zijn voor iedereen, overal. De Vergadering dringt er derhalve bij de lidstaten en de Europese Unie op aan:

7.1 met betrekking tot de ontwikkeling van Covid-19-vaccins:
7.1.1 zorgen voor kwalitatief hoogwaardige proeven die deugdelijk zijn en op ethische wijze worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante bepalingen van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde: Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde (ETS nr. 164, Verdrag van Oviedo) en het aanvullend protocol daarbij inzake biomedisch onderzoek (CETS nr. 195), en die geleidelijk ook van toepassing worden op kinderen, zwangere vrouwen en zogende moeders;
7.1.2 ervoor te zorgen dat de regelgevende instanties die belast zijn met de beoordeling van en het verlenen van vergunningen voor vaccins tegen Covid-19 onafhankelijk zijn en beschermd worden tegen politieke druk
7.1.3 ervoor te zorgen dat de desbetreffende minimumnormen inzake veiligheid, doeltreffendheid en kwaliteit van de vaccins worden nageleefd
7.1.4 doeltreffende systemen in te voeren voor de bewaking van de vaccins en de veiligheid ervan na de verspreiding onder de bevolking, mede met het oog op de bewaking van de langetermijneffecten;
7.1.5 onafhankelijke compensatieprogramma’s voor vaccins op te zetten om te zorgen voor compensatie van onterechte schade en letsel als gevolg van vaccinatie;
7.1.6 bijzondere aandacht te besteden aan mogelijke handel met voorkennis door farmaceutische leidinggevenden of farmaceutische bedrijven die zich ten onrechte verrijken op kosten van de overheid, door de aanbevelingen in Resolutie 2071 (2015) “Volksgezondheid en de belangen van de farmaceutische industrie: hoe kan het primaat van de volksgezondheidsbelangen worden gewaarborgd?” ten uitvoer te leggen;
7.1.7 de belemmeringen en beperkingen die voortvloeien uit octrooien en intellectuele-eigendomsrechten uit de weg te ruimen om de grootschalige productie en distributie van vaccins in alle landen en aan alle burgers te waarborgen;

7.2 met betrekking tot de toewijzing van Covid-19-vaccins:
7.2.1 zorgen voor de eerbiediging van het beginsel van billijke toegang tot de gezondheidszorg, zoals vastgelegd in artikel 3 van het Verdrag van Oviedo, in de nationale plannen voor de toewijzing van vaccins, waarbij wordt gewaarborgd dat de Covid-19-vaccins beschikbaar zijn voor de bevolking, ongeacht geslacht, ras, godsdienst, wettelijke of sociaal-economische status, vermogen om te betalen, locatie en andere factoren die vaak bijdragen tot ongelijkheden binnen de bevolking;
7.2.2. strategieën te ontwikkelen voor een billijke verdeling van Covid-19-vaccins in de lidstaten, rekening houdend met het feit dat het aanbod aanvankelijk gering zal zijn, en te plannen hoe de vaccinatieprogramma’s kunnen worden uitgebreid naarmate het aanbod toeneemt; bij de ontwikkeling van deze strategieën het advies van onafhankelijke nationale, Europese en internationale bio-ethische comités en instellingen, alsook van de WHO, te volgen;
7.2.3 ervoor te zorgen dat personen binnen dezelfde prioritaire groepen gelijk worden behandeld, met bijzondere aandacht voor de meest kwetsbaren, zoals ouderen, personen met onderliggende aandoeningen en gezondheidswerkers, met name degenen die nauw samenwerken met personen uit risicogroepen, alsmede personen die werkzaam zijn in essentiële infrastructuur en openbare diensten, met name in de sociale dienstverlening, het openbaar vervoer, de rechtshandhaving en op scholen, alsmede personen die werkzaam zijn in de detailhandel;
7.2.4 gelijke toegang tot Covid-19-vaccins tussen landen te bevorderen door internationale inspanningen zoals de ACT-versneller (Access to Covid-19 Tools) en de bijbehorende COVAX-faciliteit te ondersteunen;
7.2.5 af te zien van het aanleggen van voorraden van Covid-19-vaccins, aangezien dit het vermogen van andere landen ondermijnt om vaccins voor hun bevolking aan te schaffen, en ervoor te zorgen dat het aanleggen van voorraden niet leidt tot escalerende vaccinprijzen voor degenen die geen voorraden kunnen aanleggen; audits en due diligence uit te voeren om te zorgen voor een snelle inzet van vaccins tegen minimale kosten op basis van de behoefte en niet op basis van marktmacht;
7.2.6 ervoor te zorgen dat elk land in staat is zijn gezondheidswerkers en kwetsbare groepen te vaccineren voordat vaccinatie wordt uitgerold naar niet-risicogroepen, en dus te overwegen vaccindoses te doneren of te aanvaarden dat voorrang wordt gegeven aan landen die daar nog niet toe in staat zijn, indachtig het feit dat een eerlijke en billijke wereldwijde toewijzing van vaccindoses de meest efficiënte manier is om de pandemie te verslaan en de daarmee gepaard gaande sociaaleconomische lasten te verlichten
7.2.7 ervoor te zorgen dat Covid-19 -vaccins waarvan de veiligheid en doeltreffendheid zijn aangetoond, in de toekomst voor iedereen die ze nodig heeft toegankelijk zijn, door waar nodig gebruik te maken van verplichte licenties tegen betaling van royalty’s;

7.3 met betrekking tot het waarborgen van een hoge vaccinatiegraad:
7.3.1 ervoor zorgen dat de burgers ervan op de hoogte worden gebracht dat de vaccinatie niet verplicht is en dat niemand onder politieke, sociale of andere druk wordt gezet om zich te laten vaccineren als hij of zij dat niet wil;
7.3.2 ervoor te zorgen dat niemand wordt gediscrimineerd omdat hij of zij zich niet heeft laten vaccineren, vanwege mogelijke gezondheidsrisico’s of omdat hij of zij niet gevaccineerd wil worden;

7.3.3 vroegtijdig doeltreffende maatregelen te nemen om verkeerde informatie, desinformatie en aarzeling ten aanzien van Covid-19-vaccins tegen te gaan
7.3.4 transparante informatie over de veiligheid en mogelijke bijwerkingen van vaccins te verspreiden, waarbij wordt samengewerkt met socialemediaplatforms en deze worden gereguleerd om de verspreiding van verkeerde informatie te voorkomen;
7.3.5 op transparante wijze de inhoud van contracten met vaccinproducenten te communiceren en deze openbaar te maken voor parlementaire en publieke controle;
7.3.6 samen te werken met niet-gouvernementele organisaties en/of andere lokale initiatieven om gemarginaliseerde groepen te bereiken
7.3.7 samen te werken met plaatselijke gemeenschappen bij het ontwikkelen en uitvoeren van op maat gesneden strategieën om de vaccinatie te ondersteunen;

7.4 met betrekking tot Covid-19 vaccinatie voor kinderen:
7.4.1 zorgen voor een evenwicht tussen de snelle ontwikkeling van vaccinatie voor kinderen en het naar behoren aanpakken van veiligheids- en doeltreffendheidsproblemen en het waarborgen van de volledige veiligheid en doeltreffendheid van alle vaccins die aan kinderen ter beschikking worden gesteld, met de nadruk op de belangen van het kind, overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind;
7.4.2 te zorgen voor proeven van hoge kwaliteit, met de nodige zorg voor relevante waarborgen, overeenkomstig internationale wettelijke normen en richtsnoeren, met inbegrip van een eerlijke verdeling van de voordelen en risico’s voor de bestudeerde kinderen
7.4.3 ervoor te zorgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met de wensen van kinderen, in overeenstemming met hun leeftijd en rijpheid; wanneer de toestemming van een kind niet kan worden gegeven, moet ervoor worden gezorgd dat de toestemming in een andere vorm wordt gegeven en dat zij gebaseerd is op betrouwbare en aan de leeftijd aangepaste informatie;
7.4.4 het Kinderfonds van de Verenigde Naties (UNICEF) te steunen bij zijn inspanningen om vaccins van fabrikanten die overeenkomsten met de COVAX-faciliteit hebben gesloten, te leveren aan degenen die ze het hardst nodig hebben;

7.5. met betrekking tot het toezicht op de langetermijneffecten van Covid-19 -vaccins en de veiligheid daarvan
7.5.1 zorgen voor internationale samenwerking voor het tijdig opsporen en ophelderen van eventuele veiligheidssignalen door middel van wereldwijde gegevensuitwisseling in real time over ongewenste voorvallen na immunisatie (AEFI’s);
7.5.2 vaccinatiebewijzen alleen te gebruiken voor het aangegeven doel, namelijk de monitoring van de werkzaamheid van het vaccin, mogelijke bijwerkingen en ongewenste voorvallen
7.5.3 eventuele leemten in de communicatie tussen lokale, regionale en internationale volksgezondheidsinstanties die met AEFI-gegevens werken, weg te werken en zwakke punten in bestaande netwerken voor gezondheidsgegevens te verhelpen
7.5.4 de farmacovigilantie dichter bij de gezondheidszorgstelsels te brengen
7.5.5 steun te verlenen aan het opkomende adversomica-onderzoek, waarbij wordt gekeken naar variaties in vaccinreacties tussen individuen op basis van verschillen in aangeboren immuniteit, microbiomen en immunogenetica.

8. Onder verwijzing naar Resolutie 2337 (2020) over democratieën die worden geconfronteerd met de Covid-19-pandemie, bevestigt de Vergadering opnieuw dat parlementen, als hoeksteeninstellingen van de democratie, hun drievoudige rol van vertegenwoordiging, wetgeving en toezicht in pandemische omstandigheden moeten blijven vervullen. De Vergadering roept de parlementen derhalve op deze bevoegdheden waar nodig uit te oefenen, ook met betrekking tot de ontwikkeling, toewijzing en distributie van Covid-19-vaccins.

#

Geef een antwoord